Hij zei: Op de dag van Tarwiyah[1] treed men in ihram voor de hadj, vervolgens gaat de pelgrim naar Mina,[2] bidt daar dhohr – indien mogelijk – want het is overgeleverd van de Profeet صلى لله عليه و سلم dat hij vijf verplichte gebeden in Mina bad.[3]
Wanneer de zon opkomt (op de negende dag van Dhu-l-Hijjah) gaat de muhrim naar ʿArafah[4] en blijft daar totdat de dhohr en ʿasr gebeden (gecombineerd) verricht zijn [met de Imam] terwijl de iqama voor ieder gebed wordt uitgesproken. Het is acceptabel indien de adhaen wordt uitgesproken.[5] Wanneer de gebeden achter de Imam gemist worden, dan worden ze (gecombineerd en) in het kamp verricht.[6] Vervolgens gaat men naar het terrein van Berg ʿArafah. Het is geldig om op iedere plek in de vlakte van ʿArafah te verblijven, behalve in ʿUranah[7] welke vermeden moet worden en waarin het ongeldig is te verblijven. De takbir wordt uitgesproken en ook de statement: la ilaha illa Allah en de muhrim concentreert zich op het uitspreken van smeekbeden tot aan zonsondergang.
Wanneer de Imam[8] naar Muzdalifa[9] toe gaat, dan volgt de muhrim, [spreekt de talbiyah uit][10] en takbir op de route en gedenkt Allah de Almachtige en Meest Verhevene, vervolgens verricht men de maghrib en ʿisha gebeden (gecombineerd)[11] achter de Imam en spreekt men voor ieder gebed de iqama uit. Het is acceptabel wanneer beide gebeden gecombineerd onder één iqama uitgesproken worden. Indien de gebeden achter de Imam gemist worden, dan worden ze allebei zelf verricht.
Na het Fadjr gebed staat de muhrim [samen met de Imam] bij al-Mashʿar al-Haram[12] om smeekbeden uit te spreken, vervolgens vertrekt men voor zonsopkomst. Na het bereiken van Muhassar[13] versnelt de muhrim en stopt niet (onderweg) totdat Mina bereikt wordt, terwijl nog steeds de talbiyah wordt uitgesproken en ook raapt men onderweg naar Muzdalifa kleine steentjes op of in Muzdalifa.[14]
Het is aanbevolen (de steentjes) te wassen. Na het bereiken van Mina worden zeven steentjes gebruikt voor het gooien bij Djamrat al-ʿAqabah[15] <terwijl de takbir wordt uitgesproken> direct na het gooien van iedere steentje en de persoon blijft daarna niet staan.
Het uitspreken van de talbiyah wordt gestopt nadat er begonnen wordt met het gooien (van steentjes) en de gift (van een bloedoffer) wordt geofferd, indien beschikbaar, het haar wordt geschoren of getrimd en vervolgens worden, op het hebben van seksueel gemeenschap na, de andere dingen (die eerst onrechtmatig waren in de staat van ihram) toegestaan.[16]
Wat er getrimd wordt van het haar van de vrouw is wat net zo lang is als een vingertop.
Vervolgens keert men terug naar het (heilige) Huis en wordt deze zeven keer rondgegaan en dit is de verplichte tawaf[17] wat de hadj compleet maakt.[18] Vervolgens worden er twee rakʿas gedaan wanneer ifrad of qiran verricht wordt en daarmee is alles toegestaan. Echter wanneer tamattuʿ verricht wordt, dan wordt het Huis zeven keer rondgegaan[19] en de saʿy tussen Safa en Marwah wordt zeven keer verricht zoals (eerder) verricht voor ʿumra. Vervolgens keert men terug naar het Huis en wordt tawaf verricht met de intentie van een bezoek (aan het Huis). Dit is wat (Allah) de Almachtige en Meest Verhevene zei: “…en laat hen het oude Huis rondgaan…”.[20] Vervolgens keert men terug naar Mina. De nachten van Mina mogen niet in Mekka doorgebracht worden.[21] Op de volgende dag wanneer de zon begint te dalen, worden er zeven steentjes gebruikt voor het gooien bij de eerste Djamra en wordt takbir direct na het gooien van de eerste steen uitgesproken en blijft de persoon even staan nadat de stenen gegooid zijn en spreekt vervolgens smeekbeden uit en gooit daarna bij de middelste Djamra met zeven steentjes en wordt er de takbir weer uitgesproken evenals smeekbeden. Vervolgens wordt er bij de laatste Djamra gegooid met zeven steentjes en is er geen staan daarna verreist.
Het wordt op de tweede dag op dezelfde wijze herhaalt als op de eerste dag.
Indien men wenst het (vertrek) met twee dagen te vervroegen,[22] dan vertrekt de pelgrim voor zonsondergang. Indien de pelgrim na zonsondergang nog steeds daar is, dan is het niet toegestaan te vertrekken totdat er bij de drie Djamras gegooid wordt op de volgende namiddag, zoals de dag ervoor gedaan is.[23]
Het is aanbevolen niet het gebed achter de Imam te missen in de moskee van Mina.[24]
Takbir wordt aan het eind van ieder gebed uitgesproken, beginnende met het dhohr gebed op de offerdag tot aan het einde van de dagen van tashriq.
Na terug te zijn gekomen naar Mekka, vertrekt de pelgrim niet totdat er afscheid is genomen van het (heilige) Huis door er zeven keer rond omheen te gaan en het verrichten van twee rakʿas nadat alles gedaan is, zodat het Huis het laatste contact is die de pelgrim heeft. Wanneer men is overgegaan tot de afscheidsrite met het Huis, keert men terug naar het Huis voor nog[25] een afscheidsrite [voordat men (uiteindelijk) vertrekt]. Indien Mekka verlaten wordt voordat de afscheids-tawaf verricht is, dan keert men terug om de tawaf uit te voeren indien het dichtbij is en anders wordt er een bloedoffer vooruit gestuurd (om in Mekka geslacht te worden).[26]
Wanneer een vrouw haar maandstonden krijgt voordat ze de afscheids-tawaf kon verrichten, dan staat het haar vrij te vertrekken en is in dit geval de afscheids-tawaf niet langer vereist en krijgt ze geen boetedoening.
Indien Mekka verlaten wordt voordat de tawaf van bezoek (Tawaf al-Ziyara) verricht is, dan is het noodzakelijk terug te keren naar Mekka vanuit het land van de pelgrim, terwijl men de staat van ihram binnen treedt om rond te gaan om het (heilige) Huis. Zelfs wanneer de afscheids-tawaf al verricht is, dan nog is het geen vervanging voor de tawaf van bezoek.
Het enige verschil tussen qiran en ifrad is dat een bloedoffer vereist is voor de verrichting van qiran maar wat niet zo is voor ifrad. Wanneer een bloedoffer niet beschikbaar is dan moet de pelgrim die qiran verricht drie dagen vasten tijdens de bedevaart, waarvan de laatste dag de dag van ʿArafah mag zijn en vervolgens zeven dagen (vasten) na weer thuis te zijn.[27]
Wanneer ʿumra in de maanden van hadj verricht wordt terwijl de Kaʿba rond wordt gegaan, verricht men saʿy (tussen Safa en Marwah) [en de ihram wordt opgegeven] en wanneer men later weer de ihram binnen treedt bij de verrichting van hadj in hetzelfde jaar, terwijl Mekka niet verlaten is tot op een afstand van waarvoor het gebed ingekort kan worden, zo’n persoon zal als mutamattiʿ beschouwd worden en moet een bloedoffer maken. Indien een bloedoffer niet beschikbaar is, dan worden er drie dagen tijdens de bedevaart gevast waarvan de laatste dag de dag van ʿArafah mag zijn en zeven dagen (vasten) na in het thuisland terug gekeerd te zijn.[28] Indien het vasten niet voor de offerdag verricht wordt, dan mag het in de dagen van Mina[29] verricht worden volgens één van de twee overleveringen van abu ʿAbd-Allah. De andere overlevering (stelt dat): de dagen van Mina niet gevast kunnen worden;[30] (in plaats daarvan) worden tien dagen gevast na de dagen van Mina met daar nog steeds de bloedoffer als vereiste.
Wanneer het vasten al begonnen is voordat de pelgrim in staat is een gift in de vorm van een bloedoffer te geven, dan is het niet noodzakelijk te wisselen van het vasten naar het geven van een gift in de vorm van een bloedoffer, tenzij dit gewenst is. Wanneer na het betreden van de staat van ihram voor tamattuʿ bij een vrouw haar maandstonden begint en ze vreest dat ze de hadj kan missen (vanwege haar situatie), dan mag ze doorgaan met (de gebruiken van de) hadj en wordt zij (in zo’n situatie) als een pelgrim beschouwd met ihram en is het haar niet vereist de tawaf van aankomst (Tawaf al-Qudum) in te halen.[31]
Wanneer seksueel gemeenschap verkregen is voordat er naar de laatste Djamra gegooid is, dan is de hadj voor beide partners ongeldig en is een vette vrouwtjeskameel vereist van de mannelijke partner indien hij de vrouwelijke partner dwingt, maar voor haar is het niet vereist een bloedoffer te geven. Indien seksueel gemeenschap na het gooien naar de laatste Djamra voorkomt, dan is een bloedoffer vereist.
(In zo’n situatie) gaat de pelgrim naar Tanʿim[32] waarin men de ihram nogmaals binnen treed voor het rondgaan om de Kaʿba terwijl men in de staat van ihram verkeerd. [Dezelfde procedure wordt door de vrouwen gevolgd.] Het is toegestaan voor degene die in water voorzien en herders, om in de nacht bij de Djamras te gooien en het is voor herders ook toegestaan de stenen werping uit te stellen en het in te halen bij de volgende stenen werping.[33] Allah weet het beter.
[1] De dag van Tarwiyah is de achtste dag van de maand Dhu-l-
Hidjah, het wordt zo genoemd omdat de pelgrims op deze dag zichzelf voorbereiden met water voor de dag van
ʿArafah. Sommige zeggen dat het zo genoemd werd omdat Ibrahim op deze nacht in een droom de opoffering van zijn zoon zag en vervolgens begon te reflecteren of dat het enkel een droom was of een visioen van Allah. Aldus de naam Yawm al-Tarwiyah (de dag van reflectie), maar op de nacht van
ʿArafah had Ibrahim nog een keer dezelfde droom waardoor hij wist dat het van Allah de Meest Verhevene was, aldus Yawm
ʿArafah (de dag van
ʿArafah) i.e. de dag dat hij wist dat wat hij gezien had van Allah kwam. (Al-Mughni, deel 3, pag. 363-364)
[2] Mina is een plek dat tussen Mekka en Muzdalifa ligt waarin andere bedevaartsrituelen verricht worden, zoals de rituele bloedoffer en het stenigen van de duivel.
[3] Zie (Al-Darimi, Kitab Manasik, bab no. 46).
[4] ʿArafah is een grote vlakte ten zuidoosten van Mekka.
[5] Dit impliceert dat er geen zonde wordt begaan wanneer de adhaen wordt weggelaten, hoewel het beter is dat het uitgesproken wordt. Dit is ook de zienswijze van al-Shafiʿi en de rationalisten. Volgens Malik spreekt de pelgrim de adhaen voor ieder gebed uit. (Al-Mughni, deel 3, pag. 366)
[6] Dit is ook de zienswijze van Malik, al-Shafiʿi, abu Yusuf en al-Shaybani. Abu Hanifah heeft de zienswijze dat de gebeden, indien ze gemist worden achter de imam, niet gecombineerd mogen worden door iemand die alleen is. (Al-Mughni, deel 3, pag. 366)
[7] ʿUranah is een verlaging aan het uiteinde op de vlakte van ʿArafah, waar een moskee is dat bekend staat onder de namen Ibrahim of Namirah of ʿArafah.
[8] Volgens ibn Qudamah verwijst de imam hier naar de provinciale gouverneur (al-wali) aan wie de hadj zaken zijn toevertrouwt door de hoogste leider van de Islamitische gemeenschap. (Al-Mughni, deel 3, pag. 373)
[9] Muzdalifa is het gebied tussen Mina en ʿArafah. Het staat bekend onder drie namen: 1.) Muzdalifa, 2.) Jamʿ, 3.) al-Mashʿar al-Haram. (Al-Mughni, deel 3, pag. 376)
[10] Dit is enkel als onderdeel van het commentaar toegevoegd. (Al-Mughni, deel 3, pag. 373)
[11] Men bidt niets tussen deze twee gebeden en ook niet na het ʿisha gebed. (Al-Albani, Manasik al-hadj wa al-ʿumra, no. 77)
[12] Muzdalifa staat bekend onder drie namen: 1.) Muzdalifa, 2.) Jamʿ, 3.) al-Mashʿar al-Haram. (Al-Mughni, deel 3, pag. 376). Zie ook Koran [2:198].
[13] Muhassar is een plek tussen Jamʿ (Muzdalifa) en Mina. (Al-Mughni, deel 3, pag. 378) Volgens de meest authentieke overlevering van ibn Hanbal, mogen de steentjes vanuit iedere gewenste plek opgeraapt worden. (Al-Mughni, deel 3, pag. 379)
[14] Dit is volgens één overlevering van ibn Hanbal. Volgens een andere overlevering van hem is het niet aanbevolen dat te doen. Ibn Qudamah stelt dat de laatste overlevering authentiek is en dat het de zienswijze is die wordt aangehangen door Malik en vele geleerden. (Al-Mughni, deel 3, pag. 380)
[15] Djamrat al-ʿAqabah is de laatste Djamra (Pilaar) en de dichtstbijzijnde bij Mekka. (Al-Albani, Manasik al-hadj wa al-ʿumra, no. 86)
[16] Men mag zijn kleding dus weer aantrekken en parfum gebruiken. (Al-Albani, Manasik al-hadj wa al-ʿumra, no. 93)
[17] Deze tawaf staat bekend als tawaf al-Ifada of tawaf al-Hadj, welke zo genoemd wordt omdat de pelgrims zich op deze dag haasten van Mina naar Mekka voor de vervolmaking van deze verplichting, wat een basiselement (rukn) is van de hadj. Zie Koran [22:29]. Deze tawaf staat ook bekend als tawaf al-Ziyara, welke zo genoemd wordt omdat de pelgrims zich haasten van Mina naar Mekka om het Heilige Huis te bezoeken en terugkeren naar Mina zonder de nacht door te brengen in Mekka. (Zie al-Mughni, deel 3, pag. 390-391) Merk op dat er drie soorten tawaf voorgeschreven zijn voor wat betreft de hadj: 1.) Tawaf al-Ziyara (Tawaf van bezoek) wat een basiselement (rukn) is, 2.) Tawaf al-Qudum (Tawaf van aankomst) wat een soena is waarzonder er geen boetedoening vereist is, 3.) Tawaf al-Wadaʿ (Afscheids-tawaf) wat een verplichting is waarzonder er een bloedoffer vereist is. Dit is ook de zienswijze van abu Hanifah. Volgens Malik vereist het nalaten van tawaf al-Qudum een bloedoffer, maar niets is vereist bij het nalaten van tawaf al-Wadaʿ. Volgens één overlevering van al-Shafiʿi vereist het nalaten van tawaf al-Wadaʿ een bloedoffer. Volgens een andere overlevering is het nalaten daarvan hetzelfde als voor tawaf al-Qudum, niets is vereist. Alle andere tawaf naast die hier genoemd worden zijn vrijwillig (nafl). (Al-Mughni, deel 3, pag. 393 & pag. 404. Al-Mughni wa al-Sharh al-Kabir, deel 3, pag. 469)
[18] De Profeet صلى الله عليه و سلم zei: “Voorwaar – nadat jullie de Djamra gestenigd hebben, is op deze dag alles wat verboden was (door ihram) toegestaan voor jullie behalve vrouwen (geslachtsgemeenschap) – wanneer het dus avond wordt en jullie nog geen Tawaf rond dit Huis hebben verricht, keren jullie terug naar de staat van ihram, waarin jullie je bevonden voor het stenigen, totdat jullie tawaf verrichten.” Toen sommige onderscheiden geleerden deze hadith tegenkwamen voor de verspreiding van deze verhandeling, beschouwden ze hem als iets vreemds en verklaarden sommigen hem snel als zwak, zoals ik zelf heb gedaan in sommige van mijn eerdere werken, gebaseerd op de isnad van abu Dawud, evenals al-Hafidh (ibn Hajr) in ‘al-Talkhis’, door erover te zwijgen. Ik heb er andere kettingen van overlevering voor gevonden, die eenieder die deze zaak bekijkt zullen overtuigen dat hij wordt verheven van het niveau van daʿif tot het niveau van sahih. Maar omdat zij in een naslagwerk stonden dat niet vaak gebruikt wordt door de grote meerderheid – en dat is ‘Sharh Maʿani al-Athar’ van imam al-Tahawi, verklaarden deze mensen hem snel als iets vreemds of als zwak en werden hiertoe aangemoedigd door het feit dat zij ontdekten dat sommige van de vroegere geleerden hebben gezegd: ‘Ik ken geen enkele geleerde die hiernaar geoordeeld heeft.’ Dit is een ontkenning van iets; het feit dat gebrek aan kennis over een bepaald onderwerp niet wil betekenen dat er geen kennis over bestaat, is niet iets dat op grote schaal bekend is onder de geleerden. Dus wanneer het bevestigd is dat een hadith afkomstig van de Boodschapper van Allah صلى الله عليه و سلم en een relevant bewijs is – en dat is deze – is het verplicht om er meteen naar te handelen en niet eerst af te wachten of de geleerden hem kennen of niet. Zoals imam al-Shafiʿi heeft gezegd: “Een overlevering moet geaccepteerd worden op het moment dat deze bevestigd is, zelfs wanneer niemand van de geleerden ernaar handelt zoals hij handelt naar de overleveringen die hij wel accepteert; want de hadith van de Boodschapper van Allah صلى الله عليه و سلم wordt op zichzelf bevestigd, niet op het naderhand ernaar handelen.” Ik (al-Albani) zeg: De hadith van de Boodschapper van Allah صلى الله عليه و سلم hoeft daarom niet bevestigd te worden door geleerden die ernaar handelen, want het is een bron (van kennis) op zichzelf die oordeelt en niet beoordeelt moet worden. Daarnaast hebben enkele geleerden daadwerkelijk gehandeld naar deze hadith in het bijzonder, onder hen ʿUrwah ibn al-Zubair – de grootste tabiʿi – er resteert dus geen enkel excuus voor iemand om niet naar deze hadith te handelen. Er zit dus werkelijk een waarschuwing in voor eenieder met een begripvol hart of die aandachtig luistert. Dit wordt nader uitgelegd in het origineel. Men moet zich bewust zijn van dat het stenigen van de Djamrat voor pelgrims, net als het ʿId gebed voor de rest van de mensen is. Hierom wilde imam Ahmad dat de tijd van het ʿId gebed op verschillende plaatsen, hetzelfde was als de tijd van het offeren in Mina. De Profeet صلى الله عليه و سلم gaf een khotba op de Dag van het Offeren na het stenigen, net zoals hij gewoonlijk khotba gaf in Medina na het ʿId gebed. Sommige mensen zien het verrichten van het ʿId gebed in Mina dus als aanbevolen. Zij baseren dit op algemene bewijzen en analogieën. Dit is een vergissing en een verwaarlozing van de soena, want noch de Profeet صلى الله عليه و سلم noch de khulafa hebben het ʿId gebed ooit in Mina gebeden. Zie Fatawa ibn Taymiyyah, 26:180. (Al-Albani, Manasik al-hadj wa al-ʿumra, no. 93)
[19] Deze tawaf in het specifiek is volgens ibn Qudamah bekend als tawaf al-Qudum (tawaf van aankomst), welke volgens een overlevering van ibn Hanbal soena is. Ibn Qudamah wijst erop dat ibn Hanbal de zienswijze heeft dat tawaf al-Qudum voorgeschreven is en niet vervangen kan worden door het verrichten van tawaf al-Ziyara. Ibn Qudamah voegt hieraan toe dat hij geen ondersteunend bewijs heeft voor de zienswijze van ibn Hanbal over deze tawaf. Voor ibn Qudamah is één tawaf, i.e. tawaf al-Ziyara, goed genoeg. Aldus concludeert hij dat tawaf al-Qudum niet verplicht is; hetgeen verplicht – is tawaf al-Ziyara voor de mutamattiʿ, qarin en de mufrid en het is ook een basiselement van de hadj waarzonder de hadj onvolledig is. (Al-Mughni, deel 3, pag. 392-393)
[20] Zie Koran [22:29].
[21] Klaarblijkelijk is het verplicht de nachten van Mina in Mina door te brengen. Dit is volgens één overlevering van ibn Hanbal, wat ook de zienswijze is van Malik en al-Shafiʿi. Volgens een andere overlevering van ibn Hanbal is het niet verplicht dat te doen. Ibn Qudamah wijst erop dat de eerste overlevering authentieker is. (Al-Mughni, deel 3, pag. 397)
[22] Zie Koran [2:203].
[23] Dit is ook de zienswijze van Malik en al-Shafiʿi. Volgens abu Hanifah mag de pelgrim vertrekken vanaf het aanbreken van de dag op de derde dag. (Al-Mughni, deel 3, pag. 401)
[24] Dit is Masjid al-Khayf (Al-Khayf moskee).
[25] Dit is ook de zienswijze van Malik en al-Shafiʿi. Volgens de rationalisten is het niet noodzakelijk de afscheids-tawaf te herhalen indien het al verricht is, of wanneer men een vrijwillige tawaf verricht heeft toen de pelgrim rechtmatig Mina kon verlaten, ongeacht hoeveel tijd er daarna in Mekka gespendeerd wordt. (Al-Mughni, deel 3, pag. 405)
[26] Dit is ook de zienswijze van al-Shafiʿi. Volgens ibn Qudamah is de omschrijving van ibn Hanbal van een pelgrim die dichtbij is, degene die dichtbij Mekka is op een afstand van wat minder is dan datgene waarvoor het gebed ingekort wordt, terwijl de verre pelgrim degene is die zich op zo’n afstand bevind waarvoor het gebed ingekort mag worden. Dit is volgens een andere zienswijze van al-Shafiʿi. (Al-Mughni, deel 3, pag. 405)
[27] (D) Dit is ook de zienswijze van Malik en al-Shafiʿi. Het is gebaseerd op een overlevering van ibn Hanbal. Aldus is het genoeg één tawaf en één saʿy voor zowel de hadj en de ʿumra te verrichten. Volgens een andere overlevering van ibn Hanbal, wat ook de zienswijze van abu Hanifah is, zijn er twee tawaf en saʿy vereist. Volgens weer een andere overlevering van ibn Hanbal is een aparte ʿumra met een aparte ihram, naast die gecombineerd is met hadj vereist. Deze laatste zienswijze wordt aangehangen door abu Bakr. (Tabaqat, deel 2, pag. 90-91. Al-Mughni, deel 3, pag. 409-410)
[28] Zie Koran [2:196].
[29] Dit zijn de dagen van tashriq. Men mag de drie dagen van tashriq vasten volgens de hadith van ʿAisha en ibn ʿUmar – moge Allah welbehagen met hen hebben – die gezegd hebben: “Niemand van ons werd toegestaan te vasten op de dagen van tashriq behalve degene die zich geen offerdier kon veroorloven.” Overgeleverd door Bukhari en anderen. Zie ʿIrwaa al-Ghaleel (no. 964). (Al-Albani, Manasik al-hadj wa al-ʿumra, no. 106)
[30] Zie (Al-Mughni, deel 3, pag. 419).
[31] Dit is ook de zienswijze van Malik, al-Shafiʿi en vele andere geleerden. Volgens abu Hanifah mag zij in zo’n situatie afzien van de ʿumra en door gaan met de hadj. (Al-Mughni, deel 3, pag. 421. Al-Mughni wa al-Sharh al-Kabir, deel 3, pag. 510)
[32] Tanʿim is de dichtstbijzijnde plek bij Mekka waarin ihram verkregen mag worden door een persoon die van plan is ʿumra te verrichten.
[33] Klaarblijkelijk staat al-Khiraqi alleen herders toe de rituele steniging van de duivel uit te stellen, waarschijnlijk baseert hij deze zienswijze op een overlevering van ibn Hanbal. Volgens al-Shafiʿi, abu Yusuf en al-Shaybani is er geen boetedoening voor niet-herders die het stenigen uitstellen tot aan de nacht van de offerdag of de volgende dag. (Ibn Rushd, Bidayah, deel 1, pag. 351) Ibn Qudamah gelooft dat andere pelgrims met dezelfde excuses als de herders, zoals degene die in water voorzien, de zieken enzovoorts, het mogen nalaten de nacht in Mina door te brengen en ook het stenigen van de duivel mogen uitstellen op dezelfde manier als de herders. (Al-Mughni, deel 3, pag. 427)