Archief voor de '5. De Zakah'Categorie

De Zakat al-Fitr

juli 9, 2009

Hij zei: Voor het verbreken van het vasten (van de hele maand Ramadan) moet een Saʿ[1] dat gelijk is aan de Saʿ van de Profeet صلى لله عليه و سلم door iedere moslim betaald worden, of het bevrijden van een slaaf of slavin. Een Saʿ is gelijk aan vijf en eenderde (5⅓) ritls van iedere eetbare zaad of fruit.

Wanneer een Saʿ aan cottagecheese[2] als zakah aan de bedoeïen gegeven wordt, is het aanvaardbaar onder de voorwaarde dat het deel uit maakt van hun voedsel.[3] Voor ʿAbd-Allah rahimahullah is het aanbevolen om dadels (voor Zakat al-Fitr) te geven.[4]

Indien het mogelijk is om dadels of gerst of tarwe of rozijnen of cottagecheese te geven, dan is het niet toegestaan om iets anders te geven.[5] Het is onaanvaardbaar om de gelijke waarde (in contanten) van elk van de bovengenoemde te geven.[6] Zakat al-Fitr wordt betaald wanneer men vertrekt naar de plaats van het gebed. Het is aanvaardbaar wanneer het van tevoren, een dag of twee, voor de dag van het ʿId gebed gegeven wordt.[7]

Het moet op naam van hem zelf zijn en ten name van de familieleden van de persoon,[8] indien er een overmaat aan voedsel op de dag en nacht van ʿId bezit wordt.[9]

Het is niet verplicht zakah te betalen namens de mukatab van een persoon.[10] [Het is voor de mukatab verplicht de zakah voor zichzelf te betalen.][11]

Wanneer een slaaf door een groep mensen bezit wordt, dan wordt er één Saʿ per persoon (namens de slaaf) betaald.[12]

Volgens een andere overlevering van abu ʿAbd-Allah rahimahullah wordt er één saʿ door hen allemaal betaald.[13]

Een persoon waarvoor het rechtmatig is zakah te ontvangen over rijkdom, maakt ook aanspraak op Zakat al-Fitr.[14]

Het is rechtmatig aan een groep mensen datgene te geven wat verplicht is voor één persoon en het is ook rechtmatig om aan één persoon te geven wat verplicht is voor een groep mensen.[15] Het is goed zakah te betalen namens een foetus.[16] ʿUthman bin ʿAffan – radiAllahu ʿanhu – was gewoon zakah namens de foetus te betalen.

Wanneer een persoon genoeg heeft om voor Zakat al-Fitr te betalen, maar een gelijke hoeveelheid verschuldigd is, dan moet hij of zij Zakat al-Fitr betalen tenzij er een eiser is, waarin het geval de schuld betaald moet worden en de zakah niet vereist is. Allah weet het beter.


[1] Ook Malik en al-Shafiʿi hebben de zienswijze dat niet minder dan een Saʿ van iedere soort voedsel dat onderhevig is aan zakah aanvaardbaar is voor de Zakat al-Fitr van iedere persoon. De rationalisten hebben de zienswijze dat een halve Saʿ, aan tarwe in het specifiek, aanvaardbaar is. Twee overleveringen zijn van abu Hanifah overgeleverd met betrekking tot het geven van rozijnen. Volgens de ene overlevering is één Saʿ aanvaardbaar. Volgens de andere overlevering is een halve Saʿ aanvaardbaar. (Al-Mughni, deel 3, pag. 11)

[2] Een synoniem van cottagecheese is hüttenkäse. (Van Dale Groot Woordenboek)

[3] Deze zienswijze is gebaseerd op een overlevering van ibn Hanbal. Het is ook de zienswijze die door abu Hanifah wordt aangehangen. Volgens een andere overlevering is het aanvaardbaar om cottagecheese voor Zakat al-Fitr te geven, zelfs wanneer het geen deel uit maakt van wat de mensen eten. Deze laatste zienswijze wordt aangehangen door abu Bakr. Het is ook de zienswijze die door abu Yaʿla en Malik wordt aangehangen. Beide overleveringen zoals bovengenoemde zijn ook aan al-Shafiʿi toegeschreven. (Tabaqat, deel 2, pag. 88-89)

[4] (Al-Sijistani, Masa-il, pag. 85) Voor al-Shafiʿi is het aanbevolen om tarwe te geven. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 81a (2770))

[5] Dit is klaarblijkelijk de positie van de Hanbali madhab. Volgens Malik wordt Zakat al-Fitr gegeven vanuit het meest aanwezige voedsel in de stad. Al-Shafiʿi heeft de zienswijze dat het gegeven wordt uit de meeste aanwezige voedsel bij een persoon. (Al-Mughni, deel 3, pag. 85. Al-Mughni wal sharh al-Kabir, deel 2, pag. 657)

[6] Over het algemeen is dit de zienswijze van ibn Hanbal. Echter, drukt hij zijn mening met een zekere mate aan aarzeling uit, zoals hij vermeld in antwoord op een vraag aan hem, zeggende: “Ik ben bang dat het niet van hem geaccepteerd wordt.” (Al-Sijistani, Masa-il, pag. 85) Volgens Malik en al-Shafiʿi is zijn waarde in contanten niet aanvaardbaar. Volgens abu Hanifah is het aanvaardbaar om de waarde in contanten te geven. (Al-Mughni, deel 3, pag. 87. Abu Yaʿla, Sharh, pag. 83a (2770))

[7] Volgens de meest bekende opinie van de Hanbali madhab is het onaanvaardbaar om Zakat al-Fitr meer dan twee dagen van tevoren te betalen. Sommige Hanbalis staan het volgens ibn Qudamah toe dat de betaling na het verstrijken van de helft van de maand Ramadan gedaan wordt. Abu Hanifah staat de vooruit betaling vanaf het begin van de hawl toe, aldus wordt Zakat al-Fitr vergeleken met Zakah over bezit (Zakat al-Mal). Volgens al-Shafiʿi mag het vanaf het begin van de Ramadan betaald worden. (Al-Mughni, deel 3, pag. 90. Al-Mughni wal sharh al-Kabir, deel 2, pag. 668-669)

[8] Dit zijn degenen die aan de persoon zijn toevertrouwd, waarvoor onderhoud verschuldigd is. Aldus is het verplicht de zakah te betalen ten name van zijn vrouw. Volgens abu Hanifah is het niet verplicht om het namens zijn vrouw te doen, veeleer is zij verplicht het namens haarzelf te betalen. (Ibn Rushd, Bidayah, deel 1, pag. 279. Al-Mughni, deel 3, pag. 90)

[9] Abu Hanifah vergelijkt Zakat al-Fitr met een bepaalde graad van Zakat al-Mal. Aldus is volgens de rationalisten Zakat al-Fitr niet verplicht totdat tweehonderd dirhams meer van zijn waarde bezit wordt. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 84a (2770). Al-Mughni, deel 3, pag. 94)

[10] Volgens Malik is het voor een persoon verplicht om Zakat al-Fitr namens zijn mukatab te betalen. (Al-Mughni, deel 3, pag. 96)

[11] Dit is slechts als onderdeel van het commentaar geciteerd. (Al-Mughni, deel 3, pag. 96)

[12] Abu Yaʿla heeft dezelfde zienswijze en dit is gebaseerd op een overlevering van ibn Hanbal. Volgens een andere overlevering moet iedere persoon zelf betalen, naar gelang het deel dat bezit wordt, aldus wordt er één Saʿ voor hen allemaal betaalt. Deze laatste zienswijze wordt door abu Bakr aangehangen. Het is ook de zienswijze die door Malik en al-Shafiʿi aangehangen wordt. (Tabaqat, deel 2, pag. 88. Al-Mughni, deel 3, pag. 97)

[13] Ibn Hanbal legt uit dat wanneer er twee van hen zijn, dan betaald iedere persoon een halve Saʿ. Zie ibn Hanbal, Masa-il, overgeleverd door ʿAbd-Allah, pag. 168. Dit is de overlevering waarop abu Bakr zijn zienswijze heeft gebaseerd. Zie voetnoot no. 286.

[14] Zie Koran [9:60].

[15] Ibn Qudamah legt uit dat er geen verschillen van mening bekend zijn met betrekking tot de toelaatbaarheid dat één persoon zakah geeft aan een groep mensen die het verdienen. Echter wordt er een verschil van mening overgeleverd over of dat het wel of niet voor een groep toegestaan is om zakah te geven aan slechts één persoon. Al-Shafiʿi heeft de zienswijze dat zakah onder de groep die het verdiend verdeelt moet worden en niet aan slechts één persoon. Malik en abu Hanifah hebben de zienswijze dat zakah aan één persoon gegeven mag worden. (Al-Mughni, deel 3, pag. 99, zie ook voetnoot no. 249. Abu Yaʿla, Sharh, pag. 85b (2770))

[16] Er wordt hier uit de statement van al-Khiraqi begrepen dat het niet verplicht is voor een persoon om Zakat al-Fitr namens de foetus te betalen. Echter volgens een andere overlevering van ibn Hanbal is het verplicht dat te doen. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 85b (2770). Al-Mughni, deel 3, pag. 99.)

De Zakah bij schuld en over de bruidsschat

juli 9, 2009

Hij zei: Wanneer een persoon tweehonderd dirhams bezit (van zilver) terwijl hij bij anderen in schuld staat, dan is zakah niet langer verplicht. Wanneer iemand bepaald bezit aan een rijk persoon verschuldigd is, dan is de betaling van zakah niet verplicht totdat hetgeen dat wordt bezit opgeëist wordt en de uitstaande zakah is betaald.[1] Volgens één van de twee overleveringen van abu ʿAbd-Allah – rahimahullah: Wanneer het bezit van een persoon door strijd wordt afgenomen, dan wordt er zakah over betaald wanneer het wordt teruggewonnen.[2]

Volgens de andere overlevering,[3] zei hij: Dit is niet zoals een schuld die wanneer het wordt betaald onderworpen is aan uitstaande zakah wanneer het teruggewonnen wordt. Echter, ik prefereer de betaling van zakah.

Wanneer rijkdom dat gevonden is rechtmatig deel wordt van de eigendom van de vinder na een volledig jaar (van publiekelijke bekendmaking) moet er een ander heel jaar voorbij gaan voordat zakah erover betaald wordt; en wanneer het (later) wordt opgeëist door de rechtmatige eigenaar, dan wordt er zakah over betaald door de eigenaar voor het jaar waarin de vinder het niet rechtmatig kon bezitten.

Een vrouw die haar bruidsschat (op een later moment) ontvangt, moet zakah voor het verleden betalen (de jaren in het huwelijk zonder ontvangst).

Wanneer vee verkocht is zonder het recht om ervan af te zien en het vee terug wordt gebracht voordat het recht om ervan af te zien ongeldig is verklaard, dan moet er een jaar voorbij gaan (voordat zakah over het vee betaald wordt) ongeacht of het recht om ervan af te zien aan de verkoper wordt verleend of aan de koper, omdat deze transactie slechts als een vernieuwing van het eigendomsrecht wordt beschouwd.[4] Allah weet het beter.


[1] Deze zienswijze wordt ook aangehangen door de rationalisten. Volgens al-Shafiʿi is zakah verplicht en moet in dit geval betaald worden, zelfs wanneer de schuld nog niet opgeëist is. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 77b & 78a (2770). Al-Mughni, deel 3, pag. 71)

[2] Wat hier bedoelt wordt is dat wanneer het bezit terug wordt gewonnen, er geen betaling van zakah is. Het is verhaald van ibn Hanbal, op grond van de mening van ibn ʿUmar, dat wanneer de zakah van een persoon met strijd genomen wordt, dan zegt dat genoeg, de persoon hoeft niet nog een keer zakah te betalen. (Ibn Hanbal, Masa-il – overgeleverd door ibn Hani, deel 1, pag. 115. Al-Mughni wal Sharh al-Kabir, deel 2, pag. 676) Merk op dat wanneer de rijkdom dat door strijd genomen is wordt teruggewonnen; dan adviseert ibn Hanbal in dit geval de betaling van zakah erover maar hij stelt het niet verplicht.

[3] Hier maakt ibn Hanbal een onderscheid tussen een schuld welke wanneer het betaald wordt onderhevig is aan uitstaande zakah enerzijds en rijkdom dat door strijd genomen is en welke niet de betaling van zakah vereist nadat het is teruggewonnen anderzijds. Ibn Hanbal prefereert alleen de betaling van zakah erover.

[4] Klaarblijkelijk is dit gebaseerd op een overlevering van ibn Hanbal. Aldus wordt volgens de Hanbali madhab de verkoop van een bezit met de garantie van het recht om ervan af te zien, direct het eigendomsrecht naar de koper verplaatst. Volgens een andere overlevering van ibn Hanbal wordt eigendomsrecht niet overgeheveld totdat het termijn van het recht om ervan af te zien verlopen is. Deze laatste zienswijze wordt ook door Malik aangehangen. Volgens abu Hanifah wordt eigendomsrecht niet overgeheveld indien het recht om ervan af te zien door de verkoper is gereserveerd, maar indien het door de koper is gereserveerd verliest de verkoper het eigendomsrecht van het bezit, ondanks dat het nog niet in het bezit van de koper gekomen is. Drie opinies zijn aan al-Shafiʿi toegeschreven. Twee daarvan zijn zoals de bovengenoemde overleveringen van ibn Hanbal; en de derde opinie wijst erop dat het eigendomsrecht van de verkoper niet wordt overgeheveld indien de transactie door beide ongeldig is verklaard, maar alleen wanneer het door beide hervat wordt. (Al-Mughni, deel 3, pag. 77)

De Zakah voor handelswaar

juli 9, 2009

Hij zei: Handelswaar wordt na het verstrijken van een volledig jaar getaxeerd, vervolgens wordt er zakah over betaald.[1]

Indien er alleen commerciële koopwaar bezit wordt waarvan de waarde minder dan tweehonderd dirhams is, dan is zakah niet verplicht totdat er een jaar voorbij gaat vanaf de dag dat het tweehonderd dirhams waard werd.[2]

Wanneer een jaar voorbij gaat voor een product wordt het getaxeerd op het moment dat de behoeftige uitgekeerd wordt, ongeacht de prijs in goud of zilver waarvoor het gekocht is.[3] Wanneer een product gekocht wordt ter investering, vervolgens voor persoonlijk gebruik en vervolgens weer ter investering, dan is zakah niet verplicht totdat het product verkocht wordt en er een heel jaar voor de hoeveelheid (waar het voor verkocht is) voorbij is gegaan.[4]

Wanneer de minimum hoeveelheid aan bezit dat onderhevig is aan zakah bereikt wordt op het geïnvesteerde en de winst dat eruit wordt gehaald, dan wordt zakah voor beide betaald; over het oorspronkelijke rijkdom en over de gemaakte winst, nadat een jaar voorbij is gegaan.[5] Allah weet het beter.


[1] Volgens ibn Qudamah wordt zakah hier met de waarde van de goederen betaald en niet met de goederen zelf. Dit is klaarblijkelijk volgens de Hanbali school zo. Het is ook één van de zienswijzen van al-Shafiʿi. Volgens een andere zienswijze heeft de persoon de keuze om het over de waarde te betalen of het met de goederen te betalen. Deze laatste zienswijze wordt door abu Hanifah aangehangen. (Al-Mughni, deel 3, pag. 59)

[2] Aldus begint volgens de Hanbali madhab het voorbij gaan van een jaar (al-hawl) vanaf de tijd dat de nisab bereikt wordt en de nisab moet het hele jaar gehaald worden voor het tot plicht stellen van de betaling van zakah. Dit is ook de zienswijze die door al-Shafiʿi wordt aangehangen. Malik heeft de zienswijze dat de nisab niet aan het begin van het jaar bereikt hoeft te worden. Wanneer het aan het einde van het jaar bereikt wordt, dan is de betaling van zakah verplicht. Volgens abu Hanifah is de betaling van zakah aan het begin en aan het eind van het jaar vastgesteld en niet in het midden daarvan. Wanneer de nisab aan het begin en aan het eind van het jaar bereikt wordt, dan is zakah verplicht. (Al-Mughni, deel 3, pag. 59-60)

[3] Dit is ook de zienswijze die door abu Hanifah aangehangen wordt. Volgens al-Shafiʿi wordt het getaxeerd op basis waarvoor het in goud of zilver gekocht is, omdat de nisab van handelswaar gebaseerd is op waarvoor het gekocht is. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 76b (2770). Al-Mughni, deel 3, pag. 60)

[4] Dit is ook de zienswijze van al-Shafiʿi en de rationalisten. Volgens één van de twee overleveringen die van Malik verhaald zijn, kunnen simpelweg alleen intenties het doel waarvoor het product gekocht is niet buiten beschouwing gelaten worden (i.e. ter investering). (Al-Mughni, deel 3, pag. 62)

[5] Malik en abu Yusuf delen deze opinie ook, zij baseren dus de hawl van de gemaakte winst op de oorspronkelijke rijkdom. Volgens abu Hanifah is de hawl van elke winst gebaseerd op de hawl van dezelfde soort. Al-Shafiʿi heeft de zienswijze dat wanneer de winst voor het einde van het jaar gemaakt wordt in dinars of dirhams, dan mag de hawl niet gebaseerd zijn op de hawl van de nisab; er moet een jaar aan voorbij gaan voordat de zakah ervan betaald wordt. (Al-Mughni, veel 3, pag. 63-64)

De Zakah voor goud en zilver

juli 9, 2009

Hij zei: Zakah wordt niet betaald voor wat minder is dan tweehonderd dirhams (van zilver) tenzij een persoon (hiernaast) bezit heeft over goud of handelswaar wat het (de nisab) kan completeren.

Evenzo wordt er geen zakah betaald over wat minder is dan twintig mithqals[1] (van goud). Wanneer (de minimum hoeveelheid van twintig dinars van goud of tweehonderd dirhams van zilver) bereikt is, dan wordt eenveertigste (1/40) daarvan als zakah betaald. Evenzo wordt er geen zakah betaald over een kleine overschrijding (van de nisab).[2]

Zakah wordt niet betaald over juwelen van vrouwen die gebruikt worden om te dragen of uit te lenen aan anderen.[3] Ook wordt het niet betaald over de sieraad van het zwaard van de mannen of de gordel of de ring. Het is een zonde om gouden of zilveren kommen te gebruiken, desalniettemin mag zakah erover betaald worden.

Verborgen schatten, met name de verborgen schatten uit de jahiliyyah,[4] ongeacht klein of groot in hoeveelheid is onderhevig aan de betaling van eenvijfde (1/5) als zakah aan hen die daarvoor geadresseerd zijn[5] en wat overblijft (nadat de betaling is gedaan) is wettig om te behouden. Zakah is verplicht zodra het volgende onttrokken is uit de mijnen: twintig mithqals van goud of tweehonderd dirhams van zilver of zijn gelijke in lood of kwik of geelkoper enzovoort uit minerale bronnen van de aarde.[6] Allah weet het beter.


[1] Mithqal is een welbekende gewicht van de dirham en wel driezevende (3/7) van een dirham. (Lane) Al-Khiraqi houdt aan dat goud of handelswaar samen met dirhams gecombineerd mogen worden om aan de nisab te voldoen voor de betaling van zakah en omgekeerd. Deze zienswijze wordt ook aangehangen door al-Khallal, abu Yaʿla, abu Hanifah en Malik. Volgens ibn abu Yaʿla is deze zienswijze gebaseerd op een authentieke overlevering. Abu Bakr heeft een andere zienswijze en dat is dat ze niet gecombineerd kunnen worden, in plaats daarvan behoort elk apart behandeld te worden. Deze laatste zienswijze wordt ook aangehouden door al-Shafiʿi. (Tabaqat, deel 2, pag. 87-88)

[2] Deze zienswijze wordt ook door al-Shafiʿi en Malik aangehouden. Volgens abu Hanifah is niets vereist voor de overschrijding van de nisab totdat het veertig dirhams of vier dinars is, in welk geval vijf dirhams betaald wordt over iedere veertig dirhams en eentiende (1/10) dinar betaald wordt over iedere vier dinars dienovereenkomstig. (Al-Mughni, deel 3, pag. 39)

[3] Dit is net zoals de zienswijze van Malik en al-Shafiʿi. De rationalisten houden aan dat zakah vereist is hierover. (Al-Mughni, deel 3, pag. 41-42)

[4] Verborgen schatten uit de Jahiliyyah (rikaz) betekent voornamelijk bezit dat begraven is voor de Islam en geen metalen of andere mineralen. (Lane)

[5] De personen die zakah toegekend krijgen. Zie Koran [9:60].

[6] Ibn Qudamah legt uit dat in zo’n situatie eenveertigste (1/40) ervan betaald wordt als zakah en dit is klaarblijkelijk volgens de Hanbali school. Het is ook de zienswijze die door Malik aangehouden wordt. Volgens abu Hanifah wordt er eenvijfde (1/5) betaald, doordat het gezien wordt als een begraven schat (rikaz). Al-Shafiʿi behandelt het als zakah; maar voor wat betreft de hoeveelheid die ervoor betaald dient te worden, zijn beide zienswijzen zoals hierboven vermeld toegeschreven aan hem. (Al-Mughni, deel 3, pag. 53)

De Zakah voor fruit

juli 9, 2009

Hij zei: Alles dat voortgebracht wordt uit de aarde door Allah de Almachtige en Meest Verhevene, van wat droogt en een staat of vorm behoud waardoor het gemeten kan worden naar een hoeveelheid van vijf wusuq[1] of meer en het regenwater heeft gekregen of stromend water, dan moet er ʿUshr[2] over het voortgebrachte als zakah gegeven worden.

Wanneer waterraden,[3] sproeiers en dat wat uitgaven met zich meebrengt gebruikt worden voor het bevloeien, dan is het verplicht om eentwintigste (1/20) van het voortgebrachte als zakah te geven.

Een wusuq is gelijk aan zestig saʿ en een saʿ is gelijk aan vijf en eenderde (5⅓) Irakese ritl.

Er zijn twee soorten land: Land dat vreedzaam genomen is en land dat met strijd genomen is.[4] Wanneer het een land dat vreedzaam genomen is betreft dan wordt er sadaqah[5] over betaalt (als het in het bezit is van een Moslim), maar wanneer het land is dat met strijd (bewapend) genomen is, dan wordt er Kharaj[6] over betaalt (uit de opbrengst) en zakah wordt betaald over wat ervan overblijft, onder voorwaarde dat het een hoeveelheid van vijf wusuqs betreft en het eigendom is van een Moslim.

Tarwe wordt gecombineerd met gerst en zakah wordt betaald onder voorwaarde dat het totaal van deze combinatie een hoeveelheid van vijf wusuqs omvat. Evenzo ondergaan peulvruchten hetzelfde proces alsook goud en zilver.

[Volgens een andere overlevering[7] van abu ʿAbd-Allah rahimahullah: is het niet toegestaan om twee dingen te combineren en dat zakah voor iedere soort apart betaald dient te worden onder de voorwaarde dat de hoeveelheid voldoet aan de minimum hoeveelheid dat onderhevig is aan de betaling van zakah.][8] Allah weet het beter.


[1] Klaarblijkelijk is dit volgens de Hanbali school alsook volgens de mening van de meeste geleerden, met name Malik, al-Shafiʿi en de twee leerlingen van abu Hanifah, namelijk abu Yusuf en al-Shaybani. Abu Hanifah heeft de zienswijze dat zakah verplicht is indien minder of meer dan vijf wusuq verkregen wordt. (Al-Mughni, deel 3, pag. 7)

[2] ʿUshr betekent eentiende of de belasting. Hier betreft het eentiende (1/10) van wat uit het land voortgebracht is dat als zakah gegeven wordt. Volgens ibn Qudamah is er geen verschil van mening over dat de wusuq gelijk is aan zestig Saʿ, maar wel is er verschil van mening over de gelijkwaardigheid van Saʿ aan ritl. Volgens Lane is de Saʿ gelijk aan vijf en eenderde (5⅓) ritl volgens de meeteenheid van Bagdad en de mensen van Hijaz. Ibn Qudamah vermeld dat de Irakese ritl gelijk is aan honderdenachtentwintig en vierzevende (128 4/7) dirhams. Zijn gewicht in eenheden van mithqal was zeventig mithqal totdat een andere mithqal van één en driezevende (1 3/7) aan de ritl toegevoegd werd met een hoeveelheid tot eenennegentig Mithqal, aldus het volmaken van het gewicht in dirhams tot honderdendertig dirhams. Echter ibn Qudamah wijst erop dat het gewicht wordt vastgesteld op basis van de oorspronkelijke gewicht van mithqal van voor de latere toename. (Al-Mughni, deel 3, pag. 11)

[3] Waterraden, enkelvoud waterrad; is een rad met schoepen dat door stromend of vallend water in beweging wordt gebracht. (Van Dale Groot Woordenboek)

[4] Dit zijn de twee principiële verdelingen van genomen land van de niet-moslims. In detail zijn er drie hoofdverdelingen, namelijk: 1.) Land dat met strijd door wapens genomen is. De Imam heeft in dit geval de keuze om te besluiten wat het beste gedaan kan worden met dit land. Ibn Sallam (157-224H / 774-838nC) toont aan dat er drie verschillende meningen zijn met betrekking tot dit soort land. Volgens één mening wordt zo’n land behandeld als oorlogsbuit (ghanimah), viervijfde (4/5) wordt daarvan verdeeld onder hen die deelgenomen hebben in het nemen van het land en het overblijvende eenvijfde (1/5) deel gaat naar hen die in de Koran beschreven worden (zie Koran [8:41]). Volgens een andere mening wordt het besluit in de handen van de Imam gelaten om te bepalen of dat het als oorlogsbuit beschouwd dient te worden en zodanig verdeelt als in het bovenstaande, of dat het als roof (fay) beschouwd dient te worden, in welk geval het niet verdeeld kan worden maar in plaats daarvan het als schenking (waqf) voor alle moslim beschouwd wordt. (Ibn Sallam, al-Amwal, pag. 31) 2.) Land dat uit angst en vrees verlaten is door zijn mensen. Zo een land wordt beschouwd als roof (fay) voor alle Moslims en daarom gezien als een schenking voor hen allemaal. 3.) Land dat vreedzaam genomen wordt. Dit wordt onderverdeeld in twee delen. a.) Land dat vreedzaam genomen is op de voorwaarde dat het land beschouwd wordt als eigendom van de Moslims, maar in handen van zijn mensen gelaten wordt voor de betaling van Kharaj. Deze vorm van land wordt als een schenking voor de Moslims beschouwd. b.) Land dat vreedzaam genomen wordt op de voorwaarde dat het land wordt beschouwd als het bezit van zijn mensen die vereist zijn Kharaj erover te betalen. Deze vorm van land wordt gezien als het bezit van zijn mensen en de Kharaj dat erover wordt betaald beschouwd men als Djizya (belasting). Wanneer de mensen Moslim worden zijn ze gevrijwaard van het betalen van de Kharaj. (Al-Bahuti, Kashshaf, deel 3, pag. 94-96. Al-Mughni, deel 3, pag. 24-25)

[5] Dat is verplichte sadaqah wat de zakah is. Dit geval is van toepassing op een Moslim die zo’n land bezit. Hij betaalt alleen zakah over hetgeen voortgebracht is uit het land, maar geen Kharaj. Kharaj wordt alleen door de niet-Moslim betaalt over zulk landgoed en wanneer men Moslim wordt is de persoon vanaf die tijd gevrijwaard van de betaling van Kharaj. (Al-Mughni, deel 3, pag. 22, pag. 28)

[6] Kharaj wordt wettelijk gebruikt in de zin van grondbelasting. Zulke landgoederen worden uitgedrukt als Kharajiyyah. (Lane) Abu Hanifah heeft de zienswijze dat Kharaj en ʿUshr tezamen, niet verschuldigd kunnen zijn voor hetzelfde land, daarom is volgens deze zienswijze in het geval van een land dat met strijd genomen is, Kharaj het enige dat verschuldigd is. Volgens al-Shafiʿi is Kharaj niet verschuldigd over een land dat met strijd genomen is tenzij het Ard al-Sawad is. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 70b (2770))

[7] Zie ibn Hanbal, Masa-il – overgeleverd door ibn Hani, deel 1, pag. 126-127. Dit is één van de drie overleveringen van ibn Hanbal. Het is ook de zienswijze die aangehangen wordt door al-Shafiʿi en de rationalisten. 1.) Tarwe mag met gerst gecombineerd worden om aan de nisab te voldoen en hetzelfde geldt voor peulvruchten. Dit is ook de zienswijze van Malik. 2.) Alle soorten zaad mag met elkaar gemengd worden om aan de nisab te voldoen. Voor wat de combinatie van goud met zilver betreft, zijn er twee tegengestelde overleveringen verhaald over of dat het toegestaan is of niet. (Al-Mughni, deel 3, pag. 32-34)

[8] Dit is enkel geciteerd als een onderdeel van het commentaar. (Al-Mughni, deel 3, pag. 31)

De Zakah voor schapen (en geiten)

juli 9, 2009

Hij zei: Zakah is niet verplicht wanneer minder dan veertig (40) vrij grazende schapen bezit worden. [Indien veertig (40) tot honderdentwintig (120) schapen die het merendeel van het jaar in vrijheid gegraasd hebben bezit worden, dan wordt één (1) schaap als zakah gegeven. Indien honderdeneenentwintig (121) tot tweehonderd (200) schapen bezit worden, dan worden twee (2) schapen gegeven. Indien tweehonderdeneen (201) tot driehonderd (300) schapen bezit worden, dan worden er drie (3) schapen gegeven.][1] Indien meer dan driehonderd (300) schapen bezit worden, dan wordt per honderd (100) schapen één (1) schaap gegeven.[2] Het is voor zakah niet toegestaan een bok[3], een versleten of gebrekkige schaap (of geit),[4] een schaap die recent bevallen is of als werkdier of een onvruchtbare schaap te geven. Lammen worden geteld tot op een hoogte dat gelijk is aan het aantal schapen die vereist zijn voor de betaling van zakah, uitgezonderd dat zij niet aanvaard worden wanneer ze als zakah gegeven worden.

Van de geiten wordt een jaar oude geit geaccepteerd en van de schapen wordt een zes maanden oude schaap geaccepteerd.[5] Indien twintig (20) schapen en twintig (20) geiten bezit worden, dan wordt hetgeen de helft waard is van de prijs voor een schaap en de helft van de prijs voor een geit gegeven van één van de twee soorten.

Wanneer een groep mensen gezamenlijk vijf (5) kamelen bezitten of dertig (30) koeien of veertig (40) schapen, terwijl zij hetzelfde gebied voor het grazen, weide, nachtelijke beschutting, melk en fok-plaats hebben, dan is zakah voor hen gezamenlijk verplicht,[6] en eenieder mag aanspraak maken op wat hem behoort toe te komen van de andere partners (wanneer de zakah alleen door hem namens hen betaald wordt).

Echter, wanneer zij allemaal partners zijn in iets anders dan grazend vee, dan is eenieder individueel verantwoordelijk voor de betaling van zakah, gegeven het feit dat wat door iedere individu bezit wordt onderhevig is aan de betaling van zakah.

Zakah is alleen verplicht voor een vrije Moslim. De wali[7] (voogd) betaald het namens het kind en de geesteszieke.[8] De slaveneigenaar betaald zakah voor wat de slaaf in zijn hand heeft, omdat wat de slaaf in zijn hand heeft de eigenaar van de slaaf toebehoort.[9] Zakah is niet verplicht voor de mukatab.[10] [Indien de mukatab niet in staat is te voldoen (aan het contract voor de verkrijging van vrijheid), dan neemt de baas het eigendom van de mukatab tot zijn bezit en nadat een jaar verstreken is, indien zakah erover betaalt moet worden, dan betaalt de baas dat. Echter, wanneer het contract voldaan is maar er zich nog bezit in het eigendom van de mukatab bevind en waarover zakah betaalt moet worden, dan moet een volledig jaar voorbij gaan.][11] (voordat er zakah over betaald wordt). Zakah wordt niet betaald over bezit totdat een volledige jaar voorbij is gegaan.[12]

Het is niet toegestaan om zakah van tevoren te betalen.[13] Echter wanneer het van tevoren betaald wordt aan een persoon die het verdient en de donateur voordat een volledig jaar voorbij gaat overlijdt; of wanneer een volledig jaar voorbij gaat en de geadresseerde van de zakah het niet meer nodig heeft of welke andere zakah dan ook,[14] dan is het geldig.

Het is niet toegestaan zakah te betalen zonder de intentie gevormd te hebben, tenzij dat de Imam het met kracht neemt (voordat de intentie gevormd kon worden).[15]

Ouders, hoe hoog ze ook zijn in aanzien, kinderen hoe laag ze ook zijn in afstamming, echtgenoot[16] of echtgenote, een ongelovige of een slaaf, worden geen zakah toegekend tenzij ze zakah ophalers zijn in wat voor geval zij betaald worden voor hun werk vanuit zakah.[17] Bovendien, Banu Hashim,[18] de mawali[19] van Banu Hashim, een financieel capabele persoon – dit is een persoon die vijftig dirhams bezit of wat daaraan gelijk is in goud – worden geen zakah toegekend.[20] Zakah wordt alleen verspreid onder de acht groepen die door Allah de Almachtige en Meest Verhevene genoemd worden,[21] behalve wanneer een man het op zich neemt zelf zorg te dragen voor de verspreiding, dan wordt de inzamelaar niet tot de geadresseerden voor zakah gerekend. Indien de hele zakah aan slechts één (van de acht geadresseerden) gegeven wordt, dan is dat aanvaardbaar op voorwaarde dat het de ontvanger niet tot een rijk persoon maakt.[22]

Zakah wordt niet van een stad naar een andere verplaatst waarbij de afstand tussen beide het verkorten van het gebed wettig maakt.[23]

Wanneer vee omgeruild wordt voor andere van dezelfde soort voordat een heel jaar voorbij gegaan is, dan wordt wanneer een heel jaar voorbij gegaan is erover betaald vanaf het moment dat het oorspronkelijke vee in bezit was.[24]

Evenzo wanneer tweehonderd dirhams geruild worden voor twintig dinars of twintig dinars geruild worden voor tweehonderd dirhams, dan stopt de betaling van zakah niet door de ruil. Wanneer met als doel het vermijden van de betaling van zakah een deel van het vee geruild wordt voor dirhams voordat een heel jaar voorbij gegaan is, dan nog blijft zakah verplicht.[25]

Zakah is voor een persoon bindend wanneer een heel jaar voorbij gaat, zelfs wanneer het rijkdom later gebruikt wordt tot het op is, ongeacht of dat door verspilling komt of niet. Wanneer vee in bewaring wordt gebracht ter beveiliging en er vervolgens een jaar voorbij gaat, dan wordt zakah met vee betaald indien geld niet voorhanden is om zakah mee te betalen; en ieder vee dat daarna overblijft wordt nog steeds in veiligheid gehouden.


[1] Dit is enkel geciteerd als onderdeel van het commentaar. (Al-Mughni, deel 2, pag. 447)

[2] Deze zienswijze baseert zich op een overlevering dat door ibn abi Yaʿla als authentiek omschreven wordt. Volgens hem is het ook de zienswijze die door de meeste geleerden aangehangen wordt. Echter volgens een andere overlevering; indien er meer dan driehonderd (300) schapen bezit worden, dan worden er vier (4) schapen gegeven. Indien het vervolgens met één (1) schaap per honderd (100) schapen toeneemt, dan wordt er één (1) extra schaap vereist. Deze laatste zienswijze wordt aangehangen door abu Bakr. (Tabaqat, deel 2, pag. 87. Al-Mughni, deel 2, pag. 447)

[3] Een bok is een mannetjesgeit.

[4] Volgens Malik en al-Shafiʿi; indien één (1) van deze dieren de beste is van alle dieren die voorhanden zijn bij de persoon en het meer profijt oplevert voor de armen, dan mag het gegeven worden. (Al-Mughni, deel 2, pag. 448)

[5] Ibn Qudamah legt uit dat het toegestaan is om oudere te geven dan wat een persoon vereist is te geven. Indien het verschuldigde voorhanden is, dan mag dat gegeven worden. Indien hetgeen voorhanden is meer waarde heeft dan het verschuldigde, dan heeft de persoon de keuze om uit te geven wat voorhanden is of te kopen wat vereist is en het weg te geven. Deze zienswijze wordt aangehangen door al-Shafiʿi. Volgens één van de twee overleveringen die overgeleverd zijn van abu Hanifah, is slechts een eenjarige geit acceptabel voor elk van hen. Volgens Malik is een zes maanden oude schaap acceptabel voor elk van hen. (Al-Mughni, deel 2, pag. 452-453)

[6] Deze zienswijze wordt ook aangehangen door al-Shafiʿi. Volgens Malik heeft groepsbezit alleen gevolgen wanneer iedere partner een minimum aan bezit heeft van wat onderhevig is aan de betaling van zakah. Volgens abu Hanifah heeft het helemaal geen gevolgen in zo’n situatie. (Al-Mughni, deel 2, pag. 454)

[7] Wali: i.e. een wettige verzorger die rechtmatige gezag (wilayah) heeft over het kind.

[8] Deze zienswijze wordt ook aangehouden door Malik en al-Shafiʿi. Volgens abu Hanifah is zakah niet vereist over hun bezit, behalve dat de belasting (al-ʿUshr) betaald moet worden over hun landbouw productiviteit en Zakat al-Fitr is voor hen ook verplicht. (Al-Mughni, deel 2, pag. 465)

[9] Verschillende overleveringen zijn van ibn Hanbal verhaald over de betaling van zakah over het bezit van de slaaf dat tot het eigendom van zijn baas behoort. Volgens één overlevering is de zakah daarover door de slaveneigenaar verschuldigd. Deze zienswijze wordt door de rationalisten aangehouden. Volgens de andere overlevering is zakah niet vereist over het bezit van de slaaf en is het niet verplicht voor de slaaf of de eigenaar. Deze laatste zienswijze wordt aangehangen door Malik. Al-Shafiʿi is met beide zienswijzen geciteerd. (Al-Mughni, deel 2, pag. 465-466)

[10] Mukatab is de slaaf die zijn vrijheid krijgt voor een toekomstige betaling, meestal in termijnen. Schacht, Introduction, pag. 129. Voor informatie over de wetten aangaande de mukatab en de mukatabah contract, zie ibid., pag. 42-43; pag. 129-130; pag. 135-136; pag. 186-187. Merk ook op dat abu Hanifah geciteerd wordt te hebben gezegd dat eentiende (al-ʿUshr) van zijn landbouw productie vereist is en dit wordt volgens de Hanafi school beschouwd als grond belasting (mu-nat al-Ard) en niet als zakah. (Al-Mughni, deel 2, pag. 466. Al-Mughni wal Sharh al-Kabir, deel 2, pag. 495)

[11] Dit is enkel geciteerd als onderdeel van het commentaar. (Al-Mughni, deel 2, pag. 466)

[12] Dit is alleen van toepassing op drie soorten bezit dat onderhevig is aan de betaling van zakah, namelijk; vrij grazend vee, goud, zilver en handelswaar. Het is niet van toepassing op ander bezit zoals wat meetbaar is van landbouw productie en groenten en edelmetalen (ma-din). (Al-Mughni, deel 2, pag. 467)

[13] Dit is ook de zienswijze die Malik aanhoudt. Volgens de Mukhtasar versie van ibn Qudamah “is het toegestaan om zakah van tevoren te betalen”. Dit is de zienswijze die abu Hanifah en al-Shafiʿi aanhouden. (Al-Mughni, deel 2, pag. 470)

[14] Het is duidelijk dat al-Khiraqi het toestaat dat zakah vooruit betaald wordt voor zijn gebruikelijke tijd, anders zou deze uitspraak geen betekenis hebben. Dus de versie van ibn Qudamah dat <het toegestaan is zakah van tevoren te betalen> ziet er preciezer uit. Evenzo volgens de Mukhtasar versie van abu Yaʿla; “is het toegestaan zakah van tevoren te betalen”. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 62b (2770))

[15] De imamschap verwijst hier naar de hoogste leiderschap van de moslimgemeenschap na de Profeet صلى لله عليه و سلم. Voor informatie over de intenties die samenhangen met de betaling van zakah en het gebruik van kracht, zie al-Mughni wal Sharh al-Kabir, deel 2, pag. 676-678; al-Mughni, deel 2, pag. 476-481.

[16] Abu Hanifah heeft de zienswijze dat de echtgenoot niet de zakah van zijn vrouw toegekend krijgt. Dit is klaarblijkelijk de zienswijze van al-Khiraqi. Volgens al-Shafiʿi mag de echtgenoot zakah van zijn vrouw accepteren. (Al-Mughni, deel 2, pag. 484) Deze laatste zienswijze is mede gebaseerd op een andere overlevering van ibn Hanbal. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 64a (2770)) Merk op dat abu Yaʿla de basis van de analogie voor de niet-toekenning aan de man voor de zakah van zijn vrouw uitlegt. Hij zei dat dit vanwege het huwelijksverbond tussen hen beide is en doordat de echtgenoot niet de zakah van zijn vrouw toegekend kan worden op basis van de huwelijksrelatie, hetzelfde geldt voor de vrouw; zij kan niet de zakah van haar echtgenoot toegekend krijgen op grond van dezelfde verbintenis. (Ibid., pag. 64a (2770))

[17] Dit wijst erop dat een niet-Moslim mag werken voor de zakah ophaaldienst. Het is een zienswijze dat gebaseerd is op één overlevering van ibn Hanbal. Volgens een andere overlevering van hem is het niet toegestaan voor de ongelovige (kafir) om voor zo’n dienst te werken, omdat de ongelovige niet betrouwbaar is. Ook is het toegestaan om een rijk persoon of een nabije verwant of de zakah betaler te werk te stellen voor zo’n dienst. (Al-Mughni, deel 2, pag. 488)

[18] Banu Hashim zijn de kinderen van Hashim, waaronder Shaybah bekend stond onder de naam ʿAbdul-Muttalib, de grootvader van de Profeet صلى لله عليه و سلم. Hashim bin ʿAbdul-Manaf was de overgrootvader van de Profeet صلى لله عليه و سلم, die de Quraysh stam dominerend maakte in Mekka en hij erkende niet alleen de bedevaart maar verzorgde ook de voedselbanken en watervoorziening voor de pelgrims. Zijn broers waren ʿAbdul-Shams, al-Muttalib en Nawfal.

[19] Mawali is de meervoud van mawla; dit is iemand die onder bescherming staat van zijn uitbater waarover de uitbater tot plicht is gesteld van dienst te zijn en wiens bezit hij erft wanneer hij overlijdt zonder een natuurlijke of wettelijke erfgenaam na te laten. (Lane) Ibn Qudamah toont aan dat de meeste geleerden het eens zijn over dat de mawali van Banu Hashim zakah gegeven mag worden. (Al-Mughni, deel 2, pag. 489) Twee overleveringen van ibn Hanbal zijn met betrekking tot Banu al-Muttalib verhaald. Een overlevering deelt mee dat zij geen zakah toegekend worden zoals Banu Hashim. De andere overlevering wijst erop dat zij het mogen aanvaarden. Deze laatste zienswijze wordt aangehangen door abu Hanifah. (Ibid., deel 2, pag. 490)

[20] Er is geen verschil van mening over dat een rijk persoon geen zakah toegekend wordt. Echter er is wel verschil van mening over wie een rijk persoon is. Volgens één overlevering van ibn Hanbal is een rijk persoon iemand die vijftig (50) dirhams bezit of wat daaraan gelijk is in goud. Een andere overlevering wijst erop dat een rijk persoon iemand is die datgene bij elkaar krijgt wat hem onbehoeftig maakt aan zakah. Deze zienswijze wordt aangehangen door Malik en al-Shafiʿi. Volgens de rationalisten is de rijke persoon iemand die het minimumbezit verkrijgt dat onderhevig is aan de betaling van zakah (nisab). (Al-Mughni, deel 2, pag. 493-494)

[21] Zie Koran [9:60] en voor gedetailleerdere informatie over de geadresseerden voor zakah, zie ibn Sallam, Kitab al-Amwal, pag. 240-243.

[22] Dit is ook de zienswijze die door abu Hanifah en Malik aangehangen wordt. Abu Bakr heeft de zienswijze dat de hele zakah niet beperkt kan worden tot slechts één persoon van de acht (groepen) die voor zakah geadresseerd zijn. In plaats daarvan wordt het onder hen allemaal verspreid. Deze laatste zienswijze wordt ook aangehangen door al-Shafiʿi. (Tabaqat, deel 2, pag. 87. Al-Mughni, deel 2, pag. 499)

[23] Ibn Qudamah wijst erop dat de meeste geleerden niet aanbevelen dat zakah van een stad naar een andere verplaatst wordt. (Al-Mughni, deel 2, pag. 501) Volgens abu Hanifah mag het verplaatst worden van een stad naar een andere. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 66b (2770))

[24] Deze zienswijze wordt ook aangehangen door Malik. Volgens al-Shafiʿi is het voorbij gaan van een heel jaar (al-hawl), met een bezit dat onderhevig is aan de betaling van zakah, wordt niet gebaseerd op de hawl van ander bezit, vandaar dat volgens deze zienswijze zakah niet betaald mag worden over de tweede in bezit gekomen vee totdat een volledig jaar voorbij is gegaan vanaf het moment dat het in bezit kwam na de ruil met het eerste vee. (Al-Mughni, deel 2, pag. 503)

[25] Malik deelt ook dezelfde zienswijze. Echter abu Hanifah en al-Shafiʿi geloven dat in zo’n situatie zakah niet langer verplicht is. (Al-Mughni, deel 2, pag. 504)

De Zakah voor koeien

juli 9, 2009

Hij zei: Zakah is niet verplicht wanneer er minder dan dertig (30) vrij grazende koeien bezit worden. Indien dertig (30) tot negenendertig (39) koeien die het merendeel van het jaar in vrijheid gegraasd hebben bezit worden, dan wordt een kalf in zijn tweede jaar als zakah gegeven. Indien veertig (40) tot negenenvijftig (59) koeien bezit worden, dan wordt een kalf in zijn derde jaar gegeven. Indien zestig (60) tot negenenzestig (69) koeien bezit worden, dan worden twee kalven in hun tweede jaar gegeven. Indien zeventig (70) koeien bezit worden, dan worden een kalf in zijn tweede jaar en een kalf in zijn derde jaar gegeven. Indien meer (dan zeventig (70) koeien) bezit worden, dan wordt voor iedere dertig koeien één (1) kalf in zijn tweede jaar gegeven en per veertig (40) koeien wordt een kalf in zijn derde jaar gegeven.[1]

Buffels gaan op dezelfde manier als met koeien (met betrekking tot zakah).[2] Allah weet het beter.


[1] De zienswijze van al-Khiraqi wordt door de meeste geleerden aangehangen, met inbegrip van Malik en al-Shafiʿi. Volgens ibn Qudamah wijzen sommige overleveringen van abu Hanifah erop dat voor iedere veertig (40) koeien daar bovenop apart berekent worden met wat verschuldigd is. (Al-Mughni, deel 2, pag. 443)

[2] Er is geen verschil van mening ten aanzien van een combinatie van buffels en koeien tezamen bij het vaststellen van de verplichting van zakah. Dus volgens de Hanbali school mogen elk van de twee soorten dieren gegeven worden voor zakah. Volgens Malik wordt van de in meerderheid verkerende van de twee gegeven. Indien zij gelijk zijn in aantal, dan mag elk van hen gegeven worden als zakah. Al-Shafiʿi heeft de zienswijze dat het voor iedere soort apart gegeven wordt. (Al-Mughni wal Sharh al-Kabir, deel 2, pag. 513-514)

De Zakah

juli 9, 2009

Hij zei: Zakah is niet verplicht voor een persoon die minder dan vijf (5) vrij grazende kamelen bezit. Indien vijf (5) kamelen in bezit zijn, waarvoor het toegestaan is voor het overgrote deel van het jaar vrijelijk te grazen,[1] is het verplicht één (1) schaap als zakah te offeren. Indien men tien (10) kamelen bezit, dan worden er twee (2) schapen gegeven. Indien men vijftien (15) kamelen bezit, dan worden er drie (3) schapen gegeven. Indien men twintig (20) kamelen bezit, dan worden er vier (4) schapen gegeven. Indien men vijfentwintig (25) tot vijfendertig (35) kamelen bezit, dan wordt een vrouwtjeskameel in haar tweede jaar gegeven. [Wanneer zo’n kameel niet voorhanden is van onder de kamelen, dan wordt een mannelijke kameel in zijn derde jaar gegeven. Indien men zesendertig (36) tot vijfenveertig (45) kamelen bezit, dan wordt één (1) vrouwtjeskameel in haar derde jaar gegeven. Indien men zesenveertig (46) tot zestig (60) kamelen bezit, dan wordt één (1) vrouwtjeskameel in haar vierde jaar gegeven die een vrouwtjeskameel is en die rijp is om te paren met een fok-kameel. Indien men eenenzestig (61) tot vijfenzeventig (75) kamelen bezit, dan wordt één (1) vrouwtjeskameel in haar vijfde jaar gegeven. Indien men zesenzeventig (76) tot negentig (90) kamelen bezit, dan worden twee (2) vrouwtjeskamelen in hun derde jaar gegeven. Indien men eenennegentig (91) tot honderdentwintig (120) kamelen bezit, dan worden twee (2) vrouwtjeskamelen in hun vierde jaar gegeven, die rijp zijn om te paren met een fok-kameel. Het bovenstaande (de nisabs en hoeveelheid kamelen) wordt met consensus erkend.][2] Indien men meer dan honderdentwintig (120) kamelen bezit, dan wordt er per veertig (40) kamelen één (1) vrouwtjeskameel in haar derde jaar gegeven en per vijftig (50) kamelen wordt één (1) vrouwtjeskameel in haar vierde jaar gegeven.[3] Wanneer een vrouwtjeskameel in haar derde jaar vereist is terwijl slechts één vrouwtjeskameel in haar vierde jaar voorhanden is, dan wordt hetgeen voorhanden is aanvaard en het boventallige gecompenseerd met een terugbetaling van twee (2) schapen of twintig dirhams aan de persoon. Wanneer een vrouwtjeskameel in haar vierde jaar vereist is voor zakah terwijl slechts één vrouwtjeskameel in haar derde jaar voorhanden is, dan wordt hetgeen voorhanden is gegeven met daar bovenop twee (2) schapen of twintig dirhams.[4] Allah weet het beter.


[1] Abu Hanifah heeft hier dezelfde zienswijze als ibn Hanbal. Volgens al-Shafiʿi moet het vee het hele jaar vrijelijk grazen alvorens zakah verplicht wordt. (Al-Mughni, deel 2, pag. 431)

[2] Dit is enkel geciteerd als een onderdeel van het commentaar op de Mukhtasar. (Al-Mughni, deel 2, pag. 432-433)

[3] Abu Yaʿla legt uit dat dit een toename betekent van één (1) kameel per honderdentwintig (120) kamelen, welke van invloed is op de hoeveelheid zakah. Dus is voor iedere veertig (40) kamelen een vrouwtjeskameel in haar derde jaar vereist en voor iedere vijftig (50) kamelen een vereiste van een vrouwtjeskameel in haar vierde jaar. Aldus zijn drie (3) vrouwtjeskamelen in hun derde jaar bij allemaal vereist. Deze zienswijze wordt ook aangehangen door abu Yaʿla en al-Shafiʿi. Volgens een andere overlevering wordt de hoeveelheid zakah enkel beïnvloed door een toename van tien (10) kamelen. Aldus worden er voor eenennegentig (91) tot honderdennegenentwintig (129) kamelen, twee (2) vrouwtjeskamelen in hun vierde jaar vereist. Voor honderdendertig (130) kamelen worden één (1) kameel in zijn vierde jaar en twee vrouwtjeskamelen in hun derde jaar vereist. Deze laatste zienswijze wordt aangehangen door abu Bakr. Volgens ibn abi Yaʿla zijn beide zienswijzen ook toegeschreven aan imam Malik. Abu Hanifah heeft de zienswijze dat na honderdentwintig (120) kamelen de normale berekening wordt hervat. Dus voor iedere vijf (5) kamelen daarboven vereist een schaap, enzovoorts. (Tabaqat, deel 2, pag. 86. Al-Mughni, deel 2, pag. 435-436)

[4] Deze zienswijze wordt ook aangehangen door al-Shafiʿi. De rationalisten hebben de zienswijze dat in deze situatie zijn gelijke waarde door de persoon betaald wordt of dat de persoon een jonger dier dan wat vereist is mag geven en het verschil in dirhams betaald. (Al-Mughni, deel 2, pag. 438-439)