Archief voor de '21. Loeqata'Categorie

Vondeling

juli 13, 2009

Hij zei: Een vondeling wordt als vrij beschouwd en moet in onderhoud voorzien worden uit de schatkist (bayt al-mal) wanneer die gevonden wordt zonder bron voor onderhoud; en de wala[1] van de vondeling behoort aan alle Moslims in het algemeen toe.

De vinder, indien onbetrouwbaar, wordt van het reizen met de vondeling weerhouden.

Wanneer een Moslim en een niet-Moslim beide claimen gerelateerd te zijn aan de vondeling, dan wordt de vondeling aan de gelaatkundige gepresenteerd en vervolgens toegeschreven aan welke van de twee ze hem naar verwijzen.[2] Allah weet het beter.


[1] Wala staat hier voor de nalatenschap van de vondeling, i.e. alles dat achtergelaten wordt door de vondeling wordt door alle Moslims geërfd. Geen individu kan beschermheerschap claimen over de vondeling (laqit) omdat de vondeling als vrij beschouwd wordt en geen specifieke erfgenaam heeft. (Al-Mughni, deel 6, pag. 117)

[2] Al-Shafiʿi heeft ook deze zienswijze. Dit geval heeft betrekking op wanneer elk van hen geen bewijs kan leveren of wanneer beide even sterke bewijs hebben. Volgens de rationalisten is er geen behoefte aan een gelaatkundige, de vondeling wordt simpelweg aan hen beide toegeschreven. (Al-Mughni, deel 6, pag. 125)

Loeqata

juli 13, 2009

Hij zei: Openbare verkondiging moet voor één jaar verricht worden <op de marktplaats> en bij de poorten van de moskeeën wanneer een loeqata gevonden wordt. Wanneer de eigenaar zich toont dan wordt het aan hem of haar teruggegeven; en anders mag het als onderdeel van het bezit van de vinder beschouwd worden.[1] De vinder moet de draad waarmee het gebonden is houden, alsook de houder, moet de inhoud tellen en de beschrijvingen onthouden. Het moet teruggegeven worden aan de eigenaar zonder dat bewijs vereist is[2] wanneer hij of zij zich toont en het (precies) beschrijft, of de gelijkenis indien het al opgebruikt is. Gedurende het overlijden van de vinder wordt de erfgenaam verantwoordelijk ervoor. Indien de eigenaar (van een verloren artikel) iets naast zich neerlegt specifiek voor de vinder, dan wordt degene die het vind toegeschreven aan de beloning wanneer het verloren artikel opgepikt wordt nadat men achter de beloning gekomen is. Het is ongepast om het te accepteren wanneer het verloren artikel teruggebracht wordt omwille van de beloning wanneer het verloren artikel opgepikt is voordat men achter de beloning gekomen is. Wanneer de vinder mentaal gebrekkig is of een kind is, dan maakt de wettige voogd een publiekelijke verkondiging voor een jaar namens hen. Wanneer een heel jaar voorbij gaat (zonder dat iemand er aanspraak op maakt) dan wordt het als onderdeel van het bezit van de vinder beschouwd. Wanneer een verloren schaap in een grote stad of een gevaarlijk gebied gevonden wordt, dan is het een loeqata.[3]

Niemand moet zich bemoeien met een (verloren) kameel en ook iedere dier die in staat is zichzelf te verdedigen.[4] Allah weet het beter.


[1] Dit is ook de zienswijze van al-Shafiʿi. Volgens Malik en de rationalisten geeft de vinder het object in liefdadigheid en wanneer de eigenaar tevoorschijn komt dan krijgt de eigenaar de keuze tussen de beloning van Allah de Almachtige en de geldelijke compensatie van de vinder. Volgens abu Hanifah kan eigendomsrecht over het gevonden object verkregen worden door een arm persoon die geen familieleden heeft. (Al-Mughni, deel 6, pag. 78)

[2] Malik heeft ook deze zienswijze. Volgens abu Hanifah en al-Shafiʿi is bewijs ook vereist. (Al-Mughni, deel 6, pag. 84)

[3] Dit is volgens één overlevering van ibn Hanbal en wat volgens ibn Qudamah de authentieke zienswijze van de school is. Een andere overlevering van ibn Hanbal toont aan dat eigendomsrecht van zo’n schaap niet verkregen kan worden door de vinder. (Al-Mughni, deel 6, pag. 103-104)

[4] Dit is ook de zienswijze van al-Shafiʿi. Volgens Malik is publiekelijke verkondiging vereist wanneer een verloren kameel in een stad gevonden wordt, maar wanneer hij in de woestijn gezien wordt dan moet er niet mee bemoeit worden. Abu Hanifah heeft de zienswijze dat het toegestaan is om een verloren kameel op te pikken, omdat het als loeqata beschouwd wordt net als een schaap. (Al-Mughni, deel 6, pag. 107)