Archief voor de '2. Het gebed'Categorie

Het gebed tijdens een eclips

juli 8, 2009

Hij zei: Wanneer er een zons- of maansverduistering is moeten de mensen toevlucht in het gebed zoeken – als zij dat wensen; gezamenlijk of individueel [zonder het uitspreken van de adhaen of iqama].[1] De Imam reciteert oem al-Kitab en een lange soera in de eerste rakʿa en (hij) reciteert ze hardop, vervolgens verricht (hij) de roekoeʿ en blijft voor een lange tijd in de roekoeʿ positie, vervolgens komt hij op om (al-Fatiha en een andere lange soera) te reciteren en blijft voor een lange tijd in de staande positie, maar niet zo lang als in de eerste staande positie. Vervolgens verricht de Imam de roekoeʿ en blijft voor een lange tijd in de roekoeʿ positie, maar niet zo lang als in de eerste roekoeʿ positie, [dan komt (hij) op uit de roekoeʿ positie] en verricht twee lange soedjoeds. Na het opkomen naar de staande positie volgt de Imam de procedure (naar het einde) en dat maakt de vier roekoeʿ en de vier soedjoed af; dan wordt de teshehoed uitgesproken, gevolgd door tesliem.

Wanneer de verduistering zich voordoet op een tijd dat het niet toegestaan[2] is om gebeden te verrichten, dan wordt tasbih[3] uitgesproken in plaats van het gebed. <Dit is klaarblijkelijk de positie van de school, omdat het vrijwillig gebed niet verricht kan worden op de tijden dat het verboden is om te bidden, ongeacht of er reden toe is voor zo’n gebed.> Allah weet het beter.


[1] Ibn Qudamah legt dit in zijn commentaar uit en voegt eraan toe dat in zo’n geval de woorden: “al-Salah Djamiʿa” (het gebed verenigt), uitgesproken worden om de aandacht van de mensen voor het gebed te trekken. (Al-Mughni, deel 2, pag. 312-313)

[2] Volgens een andere overlevering van ibn Hanbal mag het eclipsgebed op de verboden tijdstippen van het gebed verricht worden. Dit is ook de zienswijze die door al-Shafiʿi wordt aangehangen. Malik en abu Hanifah hebben de zienswijze dat het niet verricht mag worden op deze tijden, in plaats daarvan mag tasbih in de plaats van het gebed uitgesproken worden. (Al-Mughni, deel 2, pag. 317-318) (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 29b (2770), zie ook voetnoot no.287)

[3] Dit is de daad van het uitspreken van de woorden voor verheerlijking zoals door te zeggen: “Glorieus is Allah.”

Het gebed van waakzaamheid

juli 8, 2009

Hij zei: Wanneer het gebed (in de staat) van waakzaamheid verricht moet worden terwijl men weg is (van huis) en in confrontatie met de vijand, dan leidt de Imam een groep om één rakʿa te verrichten [en blijft dan staan] – terwijl de groep door gaat om voor zichzelf nog een rakʿa af te maken waarbij al-Hamdoelillah en een andere soera gereciteerd worden en vervolgens vertrekt men om de wacht te houden – totdat de andere groep die tegenover de vijand staat het gebed komt bijwonen en met de Imam één rakʿa bid en vervolgens voor zichzelf nog een rakʿa verricht met de recitatie van al-Hamdoelillah en een andere soera; maar de Imam verlengd de teshehoed zodat de (tweede) groep in staat is de teshehoed af te maken voordat samen met hen de tesliem wordt uitgesproken.

[Wanneer het (tijd is voor) het maghrib gebed, dan bidt de Imam twee rakʿas met de eerste groep en vervolgens maakt de groep voor zichzelf nog een rakʿa af waarin al-Hamdoelillah en een andere soera wordt gereciteerd.]

Wanneer het gebed (in de staat) van waakzaamheid verricht moet worden zonder op reis te zijn,[1] dan bidt de Imam met elk (van de twee groepen) twee rakʿas,[2] en de eerste groep maakt voor zichzelf het gebed af door (alleen) al-Hamdoelillah in elk van de (overgebleven) rakʿas te reciteren, maar de andere groep maakt het af met het reciteren van al-Hamdoelillah en een andere soera in elk van de (overgebleven) rakʿas.

Echter in het geval van het maghrib gebed bidt de Imam met de eerste groep één rakʿa en maakt de groep voor zichzelf twee rakʿas af met het reciteren van al-Hamdoelillah, vervolgens bidt de Imam met de andere groep één rakʿa en deze groep maakt voor zichzelf twee rakʿas af samen met het reciteren van al-Hamdoelillah en een andere soera.[3]

Wanneer men in ernstig gevaar verkeerd terwijl men zich in een staat van gewapende strijd bevind, dan wordt het gebed lopend of rijdend verricht richting de qibla of welke richting dan ook en maakt men gepaste bewegingen. De bijeenkomst begint met takbirat al-Ihram terwijl men zich richting de qibla wendt als dat mogelijk is en anders richt men zich naar elke andere richting.[4]

Wanneer de bijeenkomst veiligheid toekomt terwijl het gebed verricht wordt (in de staat van waakzaamheid) dan wordt het gebed afgemaakt als die van in een staat van veiligheid. Aan de andere kant, wanneer het gebed in een staat van veiligheid begonnen wordt en (plotseling) de situatie naar een staat van ernstig gevaar veranderd, dan wordt het gebed afgemaakt als die van in een staat van waakzaamheid.[5] Allah weet het beter.


[1] Dit houdt in dat het gebed in een staat van waakzaamheid en in een staat waarbij men niet op reis is, acceptabel is. Dit is ook de zienswijze van al-Shafiʿi. Ibn Qudamah vermeld dat volgens een overlevering van Malik het gebed in een staat van waakzaamheid niet acceptabel is wanneer men zich in een staat waarbij men niet op reis is bevind. (Al-Mughni, deel 2, pag. 302)

[2] Dit is het geval wanneer het iets anders is dan het fadjr of maghrib gebed. Voor de fadjr en maghrib gebeden kan elk van de twee groepen alleen met één rakʿa gelijkelijk in het gebed geleid worden. In het geval van het maghrib gebed specifiek, maakt de groep dan voor zichzelf twee rakʿas af.

[3] Dit is ook de zienswijze van Malik. Het is ook in overeenstemming met één van de twee opinies van al-Shafiʿi. Volgens de andere opinie van al-Shafiʿi bidt de Imam met de eerste groep één rakʿa en met de tweede groep twee rakʿas. (Al-Mughni, deel 2, pag. 305)

[4] Dit is de zienswijze van de meeste geleerden. Abu Hanifah heeft de zienswijze dat in zo’n geval van ernstig gevaar en in een staat van gewapende strijd het niet acceptabel is om te bidden. Al-Shafiʿi heeft de zienswijze dat het acceptabel is indien de persoon niet constant bezig is of onderhevig is aan een lange en gecontinueerde bezigheid. (Al-Mughni, deel 2, pag. 309)

[5] Volgens wat overgeleverd is van al-Shafiʿi, wanneer veiligheid herstelt wordt terwijl het gebed rijdend en in een staat van waakzaamheid verricht werd, dan stapt de persoon af en maakt hij het gebed af als die van in een staat van veiligheid. Echter, wanneer het gebed begonnen is in een staat van veiligheid en de situatie plotseling veranderd in een staat van waakzaamheid en een rijdier bestegen wordt, dan wordt het gebed opnieuw verricht. (Al-Mughni, deel 2, pag. 311)

De twee ʿId gebeden

juli 8, 2009

Hij zei: Takbir wordt luidop uitgesproken tijdens de nachten van de twee ʿIds en er wordt meer nadruk gelegd op de nacht van ʿId al-Fitr, vanwege wat de Meest Verhevene zei:

وَلِتُكْمِلُوا الْعِدَّةَ وَلِتُكَبِّرُوا اللَّهَ عَلَى مَا هَدَاكُمْ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ

“…en (Hij wil dat jullie) de periode afmaken en Allah verheerlijken [door de Takbir te zeggen (Allahu Akbar; Allah is de grootste) bij het zien van de halvemaan van de maand Ramadan en Shawal] omdat Hij jullie geleid heeft en wellicht zullen jullie dank betuigen.” [2:185] Wanneer (de Moslims) in de ochtend van ʿId opstaan, behoren zij hun bad te nemen en (iets) te eten als het de ochtend is van de viering voor het verbreken van het vasten van Ramadan en vervolgens op pad gaan naar de plaats van het gebed terwijl de takbir wordt uitgesproken. Wanneer het tijd is voor het gebed, komt de Imam naar voren om de bijeenkomst met twee rakʿas te begeleiden, zonder dat de adhaen of de iqama uitgesproken wordt. In ieder van de twee rakʿas reciteert de Imam: al-Hamdoelillah en een andere soera en reciteert ze hardop.[1] Tijdens de eerste rakʿa worden er zeven takbirs uitgesproken, met inbegrip van de takbir voor de opening. De handen worden bij iedere takbir[2] opgeheven en de openingssmeekbede wordt direct na de eerste takbir uitgesproken. De Imam prijst Allah, verheerlijkt Hem en smeekt zegeningen af over de Profeet صلى لله عليه و سلم tussen iedere twee takbirs. Als het de Imam welgezind is, kan het volgende gezegd worden: “Allah is allerhoogst, alle lof zij aan Allah vele malen, glorieus is Allah, ‘s ochtends en ‘s avonds en moge de zegeningen en vrede van Allah met zijn Profeet zijn.” Als het de Imam welgezind is, mogen andere smeekbeden uitgesproken worden.

In de tweede rakʿa worden vijf takbirs uitgesproken zonder de takbir dat wordt uitgesproken om uit de soedjoed op te komen, en de handen worden bij iedere takbir opgeheven.

Na het uitspreken van de tesliem staat de Imam om twee preken te geven, waartussen hij gaat zitten. Als de preek voor het ʿId al-Fitr gebed is, wordt de bijeenkomst aangemoedigd om sadaqah te geven en (de hoeveelheid aan sadaqah) om uit te geven wordt aan de bijeenkomst uitgelegd. Als de preek voor het ʿId al-Adha[3] gebed is, moedigt de Imam hen aan om (dieren) te offeren en legt aan hen uit wat er gebruikt kan worden voor het offeren. Er worden geen vrijwillige gebeden verricht voor of na de ʿId gebeden.[4] Wanneer een bepaalde route genomen wordt om het ʿId gebed bij te wonen, moet een andere weg genomen worden op de terugweg.

Wanneer het ʿId gebed gemist wordt mogen er vier rakʿas vrijwillig verricht worden[5] [en wordt de tesliem aan het einde van het gebed uitgesproken].[6] Als de persoon die het gebed verricht het wenst, kunnen de vier rakʿas onderbroken worden met het uitspreken van de tesliem aan het einde van iedere twee rakʿas.[7]

Op de dag van ʿArafah[8] wordt de takbir vanaf het fadjr gebed uitgesproken en wordt het aan het einde van ieder verplicht gebed dat gezamenlijk verricht wordt uitgesproken.

Volgens een andere overlevering[9] dat overgeleverd is door ʿAbd-Allah – moge Allah hem genadig zijn – wordt de takbir na de verrichting van de verplichte gebeden verricht, zelfs als er alleen gebeden wordt, totdat het ʿasr gebed verricht is op de laatste dag van de dagen van tashriq,[10] vervolgens komt het tot een einde. Allah weet het beter.


[1] Ibn Hanbal beveelt aan dat soera 87 in de eerste rakʿa gereciteerd wordt en soera 88 in de tweede rakʿa. Al-Shafiʿi beveelt soera 50 voor de eerste rakʿa aan en soera 54 voor de tweede rakʿa. Volgens abu Hanifah is er geen specifieke soera voorgeschreven voor het ʿId gebed. (Al-Mughni, deel 2, pag. 281)

[2] Deze zienswijze wordt ook door abu Hanifah en al-Shafiʿi aangehangen. Malik heeft de zienswijze dat de handen alleen in de takbir van de opening opgeheven worden. (Al-Mughni, deel 2, pag. 283) Abu Hanifah heeft de zienswijze dat drie takbirs, zonder de takbir van de opening, in de eerste rakʿa worden uitgesproken en drie takbirs in de tweede rakʿa. De zienswijze van al-Shafiʿi is dat zeven takbirs, zonder de takbir van de opening, in de eerste rakʿa worden uitgesproken en vijf takbirs in de tweede rakʿa. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 23b-24a (2770))

[3] ʿId al-Adha is de viering van het offeren, ook wel offerfeest genoemd.

[4] Volgens abu Hanifah behoort er geen vrijwillig gebed voor het ʿId gebed verricht te worden, maar mag wel na het ʿId gebed verricht worden. Volgens al-Shafiʿi mag het voor en na het ʿId gebed verricht worden, behalve dat de Imam het niet voor het gebed kan verrichten. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 25a (2770))

[5] Dit is gebaseerd op een overlevering van ibn Hanbal. Volgens een andere overlevering mogen er twee rakʿas, zoals gebeden is door de Imam, verricht worden. Deze zienswijze wordt door abu Bakr aangehangen op grond van het gebruik van Anas ibn Malik in Basra wanneer hij het ʿId gebed miste. Volgens een derde overlevering van ibn Hanbal heeft de persoon de keuze om vier rakʿas te verrichten of twee rakʿas wanneer het ʿId gebed gemist wordt.

[6] Deze uitspraak deelt mee dat de tesliem in zo’n geval alleen aan het einde van de vier rakʿas wordt uitgesproken. (Tabaqat, deel 2, pag. 84)

[7] Het is van ibn Hanbal ook overgeleverd dat zo’n persoon indien hij dat wenst, twee rakʿas op dezelfde manier als het ʿId gebed, met het uitspreken van de takbir, mag verrichten. Dit is ook de zienswijze die door Malik en al-Shafiʿi wordt aangehangen, op grond van het gebruik van Anas bin Malik in Basra. (Al-Mughni, deel 2, pag. 290)

[8] ʿArafah is de negende dag van de maand Dhu al-Hidja wanneer de bedevaartgangers voor een tijdje in ʿArafah verblijven. ʿArafah is een vlakte dat ten oosten ligt van Mekka op de weg naar Ta-if. Volgens al-Harith (bin Muhammad) – ibn Saʿd – Hisham bin Muhammad – zijn vader – abu Salih – ibn ʿAbbas: Werd Adam in India neergeworpen en Eva in Jeddah. Hij ging naar haar op zoek en ze waren uiteindelijk verenigd. Eva kwam tot hem nader (za – la – fa), aldus (de naam) al-Muzdalifah. Zij herkenden elkaar (ʿa – ra – fa), aldus (de naam) ʿArafah. En zij verenigden (dja – ma – ʿa) in Jamʿ, aldus (de naam) Jamʿ. Hij vervolgde; Adam was neergeworpen op een berg in India, genaamd Nudh. (Tarikh, ibn Jareer al-Tabari)

[9] Wat kenbaar het meest wenselijk is voor ibn Hanbal is om de takbir na de verrichting van het gezamenlijk gebed te verrichten. (Ibn Hanbal, Masa-il, overgeleverd door ʿAbd-Allah, pag. 129) Een andere overlevering van ibn Hanbal, wijst erop dat de takbir alleen door iemand zelf uitgesproken kan worden; “ʿAli was gewoon het vanaf de vroege ochtend van de dag van ʿArafah uit te spreken, tot aan het ʿasr gebed op de laatste dag van de dagen van tashriq.” (ibid. pag. 129) (Al-Mughni, deel 2, pag. 294)

[10] Tashriq zijn de drie dagen na de tiende dag van Dhul Hidjah, wat de dag van de offer is, dus de elfde, twaalfde en dertiende van Dhul Hidjah. Ayaam al-tashriq (dagen van tashriq); Volgens één uitleg zijn deze dagen zo genoemd omdat het vlees van de offerdieren op deze dagen in repen werd gesneden en gedroogd werden onder de zon of gespreid werden om te drogen onder de zon. Volgens een andere uitleg werden ze zo genoemd omdat de offerdieren niet geofferd werden totdat de zon op kwam. Weer een andere uitleg stelt dat ze genoemd werden naar het gebed van de offerdag welke deze dagen volgen. Merk hier op dat de benaming van het gebed van de offerdag al-Tashriq heet. (Al-Mughni, deel 2, pag. 291) Er is verschil van mening onder de vier grote rechtscholen over het begin en het einde van het uitspreken van de takbir. Volgens de Hanbali school wordt de takbir vanaf het begin van het fadjr gebed op de dag van ʿArafah uitgesproken totdat het ʿasr gebed op de laatste dag van de dagen van Tashriq verricht is. Dit is ook het geval volgens één opinie van al-Shafiʿi. Volgens abu Hanifah begint de uitspraak van de takbir vanaf de vroege ochtend van de dag van ʿArafah tot aan het ʿasr gebed op de offerdag. Malik heeft de zienswijze dat de takbir vanaf het dhohr gebed op de offerdag begint, tot aan het fadjr gebed op de laatste dag van de dagen van tashriq. Deze laatste visie is ook het geval volgens de meest bekende opinie van al-Shafiʿi. (Al-Mughni, deel 2, pag. 291-292) Volgens de meest bekende opinie van ibn Hanbal wordt de takbir aan het einde van ieder verplicht gebed gezamenlijk verricht. Dit is ook de zienswijze van abu Hanifah. Malik heeft de zienswijze dat de takbir aan het einde van ieder verplicht gebed uitgesproken wordt, ongeacht of dat het gezamenlijk of individueel verricht wordt. Dit is ook in overeenstemming met een andere overlevering van ibn Hanbal. Al-Shafiʿi heeft de zienswijze dat de takbir aan het einde van ieder gebed uitgesproken wordt, ongeacht of dat het verplicht of vrijwillig is en ongeacht of dat het gezamenlijk of individueel verricht wordt. (Al-Mughni, deel 2, pag. 293-294)

Het Djoemoeʿah gebed

juli 8, 2009

Hij zei: Wanneer de zon begint te dalen op vrijdag, neemt de Imam plaats op de preekstoel. Wanneer hij tegenover de menigte staat begroet hij hen met de salam en beantwoorden zij hem de salam, dan gaat hij zitten en dan beginnen de Moe-adhins met de adhaen (het uitspreken van de oproep tot het gebed). Deze oproep[1] verbied de gelovigen (vanaf dat moment totdat het gebed voorbij is) door te gaan met hun handel en verplicht hen ook zich te haasten (naar het gedenken van Allah),[2] tenzij de persoon ver weg woont (van de plaats van het Djoemoeʿah gebed), in zo’n geval moet hij op een mogelijke tijdstip vertrekken om de plek van het gezamenlijke gebed te bereiken. Wanneer de adhaen voorbij is staat de Imam op om te preken voor de bijeenkomst. Hij begint met het prijzen en verheerlijken van Allah en ook met het afsmeken van zegeningen over de Profeet صلى لله عليه و سلم. [Dan citeert hij verzen uit de Koran en preekt] en gaat zitten. Dan staat hij weer op (na een klein moment) en prijst en verheerlijkt Allah en ook smeekt hij zegeningen over de Profeet van Allah صلى لله عليه و سلم en citeert vanuit de Koran (en Hadith) en preekt. Vervolgens mag hij bidden voor wie hij wil [en dan wordt de iqama uitgesproken] (om het gebed te beginnen). Aldus daalt de Imam af van de preekstoel en leidt de bijeenkomst voor het Djoemoeʿah gebed, welke uit twee rakʿas bestaat. Hij reciteert tijdens iedere rakʿa: al-Hamd en een soera, [en reciteert ze hardop].

Wie één rakʿa haalt met inbegrip van de twee soedjoeds achter de Imam, mag nog een rakʿa (voor zichzelf) afmaken en heeft hij dus het Djoemoeʿah gebed vervult. Echter wanneer minder dan één rakʿa gehaald wordt achter de Imam, dan staat de persoon (daarna) om vier rakʿas af te maken net als die van het dhohr gebed wanneer het gebed samen met de intentie van (het afmaken) van het dhohr gebed verricht wordt.[3]

Wanneer de bijeenkomst op de tijd van ʿasr één rakʿa heeft verricht, moet een andere rakʿa afgemaakt worden en dat is goed genoeg voor de bijeenkomst om het Djoemoeʿah gebed als volbracht te beschouwen.[4]

Wie (de moskee) binnengaat terwijl de Imam de preek geeft, zou hij niet moeten zitten totdat hij twee rakʿas verricht heeft die kort behoren te zijn.[5]

Wanneer de inwoners van een dorp niet uit veertig[6] man bestaat die over hun volledige geestvermogen beschikken, dan is het Djoemoeʿah gebed niet verplicht voor hen. Wanneer het Djoemoeʿah gebed verricht wordt (zonder te voldoen aan zo’n voorwaarde) wordt het gebed herhaald (vier rakʿas) als dhohr. Wanneer een stad zo groot is dat het nood heeft aan Zjamiʿs (moskeeën voor het vrijdagsgebed), dan is het in allemaal toegestaan de Djoemoeʿah gebeden te verrichten.[7]

Het Djoemoeʿah gebed is niet verplicht voor de reiziger of een slaaf[8] of een vrouw. Echter wanneer zij het bijwonen wordt het (van hen) geaccepteerd. <Dit wil zeggen dat het Djoemoeʿah gebed van hen wordt geaccepteerd ter vervanging van dhohr en er is ons geen verschil van mening bekend over deze zaak.>

[Er zijn twee overleveringen met betrekking tot de slaaf overgeleverd van abu ʿAbd-Allah – moge Allah hem genadig zijn – waarvan één; dat het Djoemoeʿah gebed verplicht is voor de slaaf, maar de andere overlevering stelt dat het niet verplicht is.][9]

Wanneer een persoon waarvoor het verplicht is om het Djoemoeʿah gebed bij te wonen, het dhohr gebed op vrijdag verricht voordat de Imam klaar is in de begeleiding van het Djoemoeʿah gebed, dan moet hij het dhohr gebed herhalen nadat het Djoemoeʿah gebed klaar is.[10]

Het is aanbevolen dat iedere persoon die van plan is om het Djoemoeʿah gebed bij te wonen een bad neemt,[11] twee schone stukken doek draagt en zich parfumeert.

Het is geldig wanneer het Djoemoeʿah gebed <voor het middaguur> op het zesde uur verricht wordt.[12]

Het Djoemoeʿah gebed is verplicht voor eenieder die op een afstand van één parasang woont van de Jamiʿ.[13] Allah weet het beter.


[1] Dit is in verwijzing naar de oproep dat direct nadat de Imam plaats neemt op de preekstoel uitgesproken wordt.

[2] Zie Koran [62:9].

[3] Dit duidt erop dat de persoon in zo’n situatie het Djoemoeʿah gebed niet heeft gehaald volgens de Hanbali school. Aldus wanneer deze persoon zich achter de Imam zou voegen met de intentie om het dhohr gebed te verrichten op het moment dat er minder dan één complete rakʿa behaald wordt, dan kunnen vier rakʿas afgemaakt worden als het dhohr gebed. Dit houdt in dat wanneer zo’n intentie niet in eerste instantie gemaakt was, de persoon het vier rakʿa dhohr gebed na het uitspreken van de tesliem van de Imam moet beginnen. Volgens abu Hanifah heeft een persoon het Djoemoeʿah gebed gehaald bij het behalen van elk deel van het gebed achter de Imam, omdat wanneer een gebed afgemaakt moet worden na het behalen van één rakʿa achter de Imam, dan moet het ook afgemaakt worden wanneer minder dan een rakʿa gehaald wordt. (Al-Mughni, deel 2, pag. 232)

[4] Dit is ook de zienswijze van abu Yusuf en al-Shaybani (de twee leerlingen van abu Hanifah). Abu Hanifah heeft de zienswijze dat wanneer bij de tijd van  ʿasr het Djoemoeʿah gebed niet afgemaakt is, het gebed ongeldig is en niet langer als het dhohr gebed afgemaakt mag worden. Al-Shafiʿi heeft de zienswijze dat het gebed dan afgemaakt kan worden als het dhohr gebed. (Al-Mughni, deel 2, pag. 236)

[5] Dit is ook de zienswijze van al-Shafiʿi. Malik en abu Hanifah beschouwen de verrichting van deze twee rakʿas op dit tijdstip slechts als verwerpelijk. (Al-Mughni, deel 2, pag. 236)

[6] Volgens de meest bekende opinie van de Hanbali school, is veertig man nodig voor het verrichten van het Djoemoeʿah gebed. Malik en al-Shafiʿi hebben ook dezelfde zienswijze. Ibn Qudamah vermeld twee andere overleveringen van ibn Hanbal, waarvan één uitwijst dat vijftig man nodig is en de andere dat drie man de verplichting kunnen vervullen. Volgens abu Hanifah mag de verplichting vervult worden door vier man. Een andere zienswijze duidt erop dat de minimum vereiste voor het volbrengen van deze verplichting twaalf man is. (Al-Mughni, deel 2, pag. 243-244)

[7] Abu Hanifah, Malik en al-Shafiʿi hebben de zienswijze dat het onacceptabel is om het Djoemoeʿah gebed op meer dan één plaats in de stad te verrichten. (Al-Mughni, deel 2, pag. 248)

[8] Er zijn twee verschillende overleveringen verhaald van ibn Hanbal over of dat het wel of niet verplicht is voor de slaaf om het Djoemoeʿah gebed bij te wonen. Volgens één van de twee overleveringen is het niet verplicht voor de slaaf. Klaarblijkelijk is dit de zienswijze die door al-Khiraqi aangehangen wordt. De andere overlevering deelt mee dat het verplicht is voor de slaaf om het gebed bij te wonen, behalve dat hij het niet kan bijwonen zonder de toestemming van zijn eigenaar. Deze laatste zienswijze wordt door abu Bakr aangehangen. (Al-Mughni, deel 2, pag. 250-251)

[9] Dit is geciteerd als onderdeel van de uitleg. (Al-Mughni, deel 2, pag. 250. Abu Yaʿla, Sharh, pag. 20a (2770))

[10] Dit is ook de zienswijze die door al-Shafiʿi aangehangen wordt. Volgens deze zienswijze is het acceptabel voor de persoon waarvoor het niet verplicht is om het Djoemoeʿah gebed bij te wonen, om het dhohr gebed te verrichten, omdat zo’n persoon niet verantwoordelijk wordt gesteld voor het niet bijwonen van het Djoemoeʿah gebed en aldus niet verplicht kan worden het gebed uit te stellen totdat de Imam het Djoemoeʿah gebed heeft afgerond. Abu Bakr heeft de zienswijze dat de reiziger of de zieke of welke persoon dan ook waarvoor het Djoemoeʿah gebed niet verplicht is, niet het dhohr gebed mag verrichten totdat de Imam klaar is met het begeleiden van het Djoemoeʿah gebed. Als het toch verricht is, dan moet de persoon het dhohr gebed nogmaals verrichten nadat het Djoemoeʿah gebed voorbij is. Deze laatste zienswijze wordt gebaseerd op het feit dat wanneer een persoon waarvoor het Djoemoeʿah gebed niet verplicht is het bijwoont, het dan van hem of haar geaccepteerd zal worden ter vervanging van de verplichting van dhohr, aldus mag de persoon het dhohr gebed niet verrichten voordat het Djoemoeʿah gebed voorbij is. (Tabaqat, deel 2, pag. 83-84)

[11] Ibn Qudamah vermeld dat er een andere overlevering van ibn Hanbal is dat stelt dat het verrichten van zo’n bad verplicht is. (Al-Mughni, deel 2, pag. 256)

[12] Dat de tijd voor het Djoemoeʿah gebed bij het begin van het zesde uur, voordat de zon in de hemel begint te dalen, gestart mag worden, is kennelijk de zienswijze die door al-Khiraqi wordt aangehangen. Andere Hanbali geleerden hebben de zienswijze dat het kan beginnen op de tijd van het ʿId gebed. Volgens abu Yaʿla is er een overlevering van ibn Hanbal dat het gebed verricht kan worden op de voorgeschreven tijd van het ʿId gebed. Echter, de meeste geleerden hangen de zienswijze aan dat de tijd voor het Djoemoeʿah gebed hetzelfde is als de tijd voor het dhohr gebed. Malik is het eens over dat de vrijdagspreek (khotba) voor het middaguur gestart mag worden, maar niet het gebed. (Al-Sanʿani (s.1182 NH), Subul al-Salam, deel 2, pag. 456. Abu Yaʿla, pag. 21a (2770))

[13] Dit is van toepassing op mensen die buiten een grote stad leven met een afstand van één parasang of minder van de Jamiʿ moskee vandaan. Deze zienswijze wordt ook aangehangen door Malik. Volgens al-Shafiʿi is in dit geval het Djoemoeʿah gebed verplicht voor een persoon die de oproep kan horen, ongeacht de afstand tussen hem en de Jamiʿ. De rationalisten geloven dat het Djoemoeʿah gebed niet verplicht is voor mensen die buiten de grote steden leven. Voor wat betreft de mensen die in de grote steden leven, ongeacht of het dichtbij de Jamiʿ of er ver vandaan is en ongeacht of dat de oproep tot het gebed wel of niet gehoord kan worden van waar zij leven, zijn zij verplicht het Djoemoeʿah gebed bij te wonen. Dit is volgens de zienswijze van ibn Hanbal, al-Shafiʿi en de rationalisten. (Al-Mughni, deel 2, pag. 266-267. Ibn Rushd, Bidayah, deel 1, pag. 165)

Het gebed van de reiziger

juli 7, 2009

Hij zei: Wanneer de afstand van een reis zestien parasangs[1] is of achtenveertig Hashimi mijlen, dan is het toegestaan het gebed te verkorten nadat een persoon voorbij de omgeving van een kleine gemeente gekomen is, op voorwaarde dat de reis als doel het volbrengen van een verplichting of een legale doel heeft.

Als de intentie om het gebed te verkorten niet aan het begin van het gebed gemaakt is, dan is het niet toegestaan om het gebed te verkorten.[2] Ochtend- en zonsondergang gebeden worden nooit verkort. <Er zijn geen verschillen van mening (khilaf) hierover onder de geleerden.> Het is voor de reiziger toegestaan om het gebed volledig af te maken[3] of ze te verkorten, zoals het de reiziger ook toegestaan is om te vasten of om het vasten te verbreken. Desalniettemin prefereert abu ʿAbd-Allah dat de reiziger het gebed verkort of het vasten verbreekt.

Wanneer het tijd is voor het dhohr gebed op het moment dat de reiziger klaar is om op reis te gaan, dan moet het dhohr gebed voor vertrek verricht worden en wanneer het tijd is voor het ʿasr gebed, dan moet ʿasr verricht worden; evenzo maghrib en de laatste ʿisha gebeden. Het is echter toegestaan, wanneer een persoon op reis is (voordat het tijd is voor het gebed), om het eerste gebed uit te stellen tot op de tijd van het tweede gebed.

Wanneer een gebed uit vergeetachtigheid niet verricht is, terwijl de persoon niet op reis is, maar het zich herinnert tijdens de reis of wanneer een gebed niet verricht is uit vergeetachtigheid, terwijl de persoon op reis is, maar het zich herinnert wanneer men niet op reis is, dan wordt het gebed in de beide gevallen ingehaald als in een staat van de niet-reiziger.

Wanneer een persoon op reis een niet-reiziger in het gebed volgt, dan wordt het gebed afgemaakt (alsof hij niet op reis was). Wanneer een reiziger en een niet-reiziger beide achter een reiziger bidden, dan moet (alleen) de niet-reiziger het gebed afmaken nadat de Imam de tesliem uitspreekt. Wanneer een reiziger van plan is om in een stad te verblijven voor meer dan eenentwintig gebedstijdspanne, dan worden de gebeden afgemaakt (als die van een niet-reiziger).[4] Echter, wanneer een persoon op reis (op grond van zijn intentie) zegt: “ik vertrek vandaag” of “ik vertrek morgen”, dan worden de gebeden ingekort, zelfs wanneer de reiziger voor een maand verblijft. Allah weet het beter.

 


[1] Een parasang is gelijk aan drie Hashimi mijlen (amyal Hashimiya) volgens de Hashimi maatstaf. Aldus zijn zestien parasangs gelijk aan 48 mijlen. (Al-Mughni, deel 2, pag. 188) Volgens de Bani Umaya maatstaf is een parasang gelijk aan twee en een half mijlen, aldus zijn zestien parasangs volgens deze maatstaf veertig mijlen. (Al-Bahuti, Kashshaf, deel 1, pag. 504) Abu Hanifah heeft de zienswijze dat alleen een reisafstand van drie dagen het voor een persoon toe staat om het vasten te verbreken of het gebed te verkorten. Hij heeft de zienswijze dat het gebed zelfs verkort mag worden voor een onwettig doel (safar al-maʿsiya). (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 11a-11b (2770))

 

[2] Dit is ook de zienswijze van al-Shafiʿi. Aldus wanneer de intentie om het gebed te verkorten niet voor het begin van het gebed gemaakt was, dan kan het gebed niet op een later moment verkort worden. Abu Bakr heeft de zienswijze dat het acceptabel is om het gebed te verkorten zonder dat de intentie voor het begin van het gebed gemaakt is. (Tabaqat, deel 2, pag. 83) (Al-Mughni, deel 2, pag. 196)

[3] Dit is volgens de meest bekende opinie van ibn Hanbal. Het is ook de zienswijze die door al-Shafiʿi wordt aangehangen en volgens de meest bekende opinie van Malik. Ibn Qudamah vermeld ook dat een andere overlevering van ibn Hanbal meedeelt dat ibn Hanbal geen besluit heeft genomen in deze zaak. Abu Hanifah heeft de zienswijze dat het gebed niet volledig afgemaakt mag worden wanneer een persoon op reis is. (Al-Mughni, deel 2, pag. 197) Echter, abu Hanifah maakt een uitzondering dat het gebed alleen volledig afgemaakt mag worden wanneer de persoon gezamenlijk achter een niet-reiziger bidt. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 12a (2770)) Volgens al-Shafiʿi is het beste om het gebed volledig af te maken wanneer men op reis is. (Ibid., pag. 12b, (2770))

[4] Dit is volgens de meest bekende opinie van ibn Hanbal. Ibn Qudamah vermeld een andere overlevering van ibn Hanbal welke stelt dat wanneer de reiziger van plan is om vier dagen te verblijven dat dan de gebeden afgemaakt worden net als een niet-reiziger, maar wanneer er minder dan dat beoogt wordt, dan worden de gebeden verkort. Deze laatste zienswijze wordt ook aangehangen door Malik en Shafiʿi. Wanneer de reiziger van plan is voor vijftien dagen te verblijven dan worden volgens abu Hanifah de gebeden net als bij een niet reiziger afgemaakt, maar wanneer minder dan vijftien dagen beoogd wordt, dan worden de gebeden verkort. (Al-Mughni, deel 2, pag. 212) (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 14a-14b (2770)) Aldus is er verschil van mening onder de geleerden over hoe lang een reiziger van plan is in een stad te verblijven en wanneer dan de gebeden verkort worden. Ibn Rushd vermeld dat er elf verschillende zienswijzen zijn over deze zaak. De geleerden zijn het erover eens dat wanneer een bepaalde hoeveelheid dagen niet vastgesteld was, zoals wanneer de reiziger van plan is slechts een gedeelte van een dag of twee te verblijven en dan te vertrekken en vervolgens er toch vele dagen verbleven wordt vanwege een onvoorziene vertraging, dan worden de gebeden in al deze dagen verkort. (Ibn Rushd, Bidayah, deel 1, pag. 169-170)

De Imama

juli 7, 2009

Hij zei: De beste in het reciteren van de Koran van de bijeenkomst die leidt het gebed. Als de volgelingen net zo perfect zijn in het reciteren van de Koran als de Imam, dan moet degene van hen die het meest geleerd is in fiqh[1] het gebed leiden. Als de volgelingen net zo perfect zijn als de Imam voor wat fiqh betreft, dan leidt de oudste van hen. [Als zij allemaal even oud zijn, dan leidt de meest edele van hen. Als zij allemaal even edel zijn, dan leidt de vroegste van hen in termen van de hidjra het gebed.]

Wie achter een persoon bidt die bidʿa[2] verdedigd of een persoon die bekend staat om dronkschap, moet het gebed herhalen.

Het is voor de slaaf of de blinde toegestaan het gebed te leiden. Als een analfabeet zowel een analfabeet als een geletterde in het gebed leidt, dan moet alleen de geletterde het gebed herhalen.

Als een persoon achter een polytheïst bidt, of een man achter een vrouw of achter een hermafrodiet of een onbepaald geslacht, dan moet het gebed herhaald worden.

Een vrouw die vrouwen in het gebed leidt, staat met hen in het midden van de rij.

De baas van een huis heeft meer recht om het gebed te leiden (in zijn huis) tenzij er iemand zich in het gezelschap bevindt die een autoriteit heeft.

Zij die wat verder weg staan van de moskee of buiten de moskee, mogen de Imam in het gebed volgen zo lang de rijen in contact blijven (met elkaar), maar de Imam moet niet op een verhoging staan dat hoger is dan die van de ma-moem.[3]

Wie alleen achter de (gebruikelijke) rij bidt, of aan de linkerkant van de Imam staat op dezelfde rij, herhaald het gebed.[4]

Wanneer de Imam van de gemeenschap het gebed leidt vanuit de zithouding, dan moeten zij die achter hem zijn ook in de zithouding bidden. Wanneer de Imam die het gebed leidt in de staande positie begint, maar achteraf verzwakt en daarom gaat zitten, dan maken de volgelingen achter hem hun gebeden in de staande positie af.

Wanneer de Imam in de roekoeʿ positie gevonden wordt en opgevolgd wordt door een persoon die in de roekoeʿ achter de (gebruikelijke) rij aansluit en vervolgens naar voren loopt om zich bij de (gebruikelijke) rij aan te sluiten en niet bewust is van wat de Profeet صلى لله عليه و سلم tegen abu Bakrah[5] zei; “Moge Allah jouw streven vermeerderen, maar doe het nooit meer.”, wat er dan tegen deze persoon gezegd moet worden is: “Doe het nooit meer.” Maar zijn gebed is nog geldig. Echter, wanneer na zo’n waarschuwing de persoon dit herhaald, dan is dit gebed niet langer geldig. Ahmad – moge Allah hem genadig zijn – vermeld dit in de overlevering van abu Talib.[6]

De soetra van de Imam wordt ook als een soetra beschouwd voor hen die van achter volgen. Wie voor de aanbidder langs loopt, moet tegengehouden worden. Alleen een pikzwarte hond maakt het gebed van een persoon ongeldig.[7] Allah weet het beter.


[1] Merk op dat al-Shafiʿi de voorkeur geeft aan een persoon die gegrond is in de wet (een faqih) boven degene die gegrond is in de recitatie van de Koran (een qari) in termen van wie het gebed leidt. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 3b (2770)) Ibn Qudamah geeft in zijn commentaar een andere en gedetailleerdere weergave van de beste persoon die het gebed kan leiden, beginnend met <de beste in de recitatie van de Koran, dan de meest geleerde in de fiqh, dan de vroegste in termen van de hidjra, dan de oudste van hen, dan de meest edele van hen, dan de meest vrome van hen en als zij gelijk zijn met betrekking tot al het bovenstaande, dan worden er loten getrokken om te bepalen wie het gebed leidt.> (Al-Mughni, deel 2, pag. 135-136)

[2] Al-Shafiʿi en abu Hanifah hangen de zienswijze aan dat het toegestaan is om achter een persoon te bidden die bidʿa verdedigd, zo lang de persoon geen ongeloof (koefr) heeft gepraktiseerd of uitgesproken. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 4b (2770))

[3] Het is voor de Imam verwerpelijk om een niveau hoger te staan dan de ma-moem, volgens de meest bekende opinie (mashur) van de school. Blijkbaar is dit de zienswijze van al-Khiraqi. Het is ook de zienswijze die door Malik en de rationalisten (ashab al-ra-y) aangehangen wordt. Er is echter een andere overlevering van ibn Hanbal die erop duidt dat dit niet verwerpelijk is. Al-Shafiʿi heeft de voorkeur dat de Imam die anderen onderwijst op een verhoogd object staat om de mensen achter hem in staat te stellen hem te kunnen zien en te volgen. (Al-Mughni, deel 2, pag. 154) (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 7b (2770)) Wanneer de afstand tussen de Imam en de ma-moem driehonderd dhiraʿ (lengtemaat weergegeven in el, meervoud: ellen) of minder is, dan is het volgens al-Shafiʿi toegestaan voor de ma-moem om de Imam in het gebed te volgen, zelfs als de rijen niet in contact staan met elkaar. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 7a (2770)) (Van Dale groot woordenboek)

[4] In beide gevallen hangen Malik, al-Shafiʿi en de rationalisten de zienswijze aan dat het gebed acceptabel is. (Al-Mughni, deel 2, pag. 155-156)

[5] Zijn naam is Nufay bin Masruh, hij was één van de slaven uit Ta-if die moslim werd in de expeditie tegen Ta-if en in vrijheid werd gesteld door de Profeet صلى لله عليه و سلم. Hij was de halfbroer van de gouverneur van Irak; Ziyad bin Abihi bin abi Sufyan. Hij leefde in Basra en overleed in het jaar 54H / 674 n. Chr.. (Ibn Hibban, Mashahir, pag. 66-67) (Ibn Qutaybah, Maʿarif, pag. 125-126) Het is niet helemaal zeker wanneer hij overleed, volgens een andere bron overleed hij in het jaar 50 NH. (Ibn Hanbal, Masa-il, overgeleverd door ibn Hani)

[6] Hij was abu Talib al-Miskani, één van de doorgevers van de fiqh van ibn Hanbal. (Tabaqat, deel 1, pag. 7)

[7] Dit is de meest bekende opinie van ibn Hanbal. Volgens een andere overlevering van ibn Hanbal kan een zwarte hond of een vrouw of een ezel het gebed ongeldig maken als zij voor de aanbidder langs lopen. Malik, al-Shafiʿi en de rationalisten hangen de zienswijze aan dat niets van zulks het gebed ongeldig maakt. (Al-Mughni, deel 2, pag. 183-184)

De tijden waarin de gebeden verboden zijn

juli 7, 2009

Hij zei: Een persoon kan de gemiste verplichte gebeden inhalen, de twee rakʿas voor het rondgaan om de kaʿba[1] verrichten en ook bidden voor de overledene (op de verboden tijden). Bovendien kan een persoon achter de Imam het verplichte gebed dat al verricht is herhalen terwijl de persoon nog steeds in de moskee is en de iqama omgeroepen is en (dit kan herhaald worden) op elk verboden tijdstip van het gebed, namelijk: na het ʿasr gebed tot aan zonsondergang en na het fadjr gebed tot aan zonsopgang. Echter, de verrichting van enige vrijwillige gebed moeten op deze tijden niet begonnen worden.

Vrijwillige gebeden worden verricht met een tussenstop voor tesliem, na iedere twee rakʿas. Het is acceptabel wanneer een persoon het vrijwillige gebed verricht met vier directe rakʿas, gedurende de dag.[2]

Het is toegestaan om het vrijwillige gebed in een zithouding te verrichten, maar de staande houding wordt gerepresenteerd door met gekruiste benen te zitten en de benen over elkaar te leggen in de roekoeʿ en soedjoed houdingen. De zieke moet het gebed zittend verrichten als er gevoeld wordt dat staand de ziekte verergerd. Als een persoon niet in staat is zittend te bidden, mag hij liggend bidden.

Het witr[3] gebed wordt verricht met één rakʿa en de qoenoet[4] dat tijdens het witr gebed wordt uitgevoerd staat los van het gebed dat eraan vooraf is gegaan.[5]

Twintig vrijwillige rakʿas[6] worden iedere nacht van de maand Ramadan verricht. Allah weet het beter.


[1] Deze twee rakʿas worden van achter de Maqam Ibrahim uitgevoerd nadat er zeven keer rondom de kaʿba is gegaan. Volgens al-Khiraqi is het toegestaan zo’n twee rakʿa-gebed, zelfs op de tijden dat het verboden is om te bidden, te verrichten. Dit is ook in overeenstemming met de school van al-Shafiʿi. Malik en abu Hanifah keuren het af dat zo’n gebed op die tijden verricht wordt. (Al-Mughni, deel 2, pag. 81)

[2] Het heeft voor abu Hanifah de voorkeur om vier directe rakʿas te verrichten voor het vrijwillige gebed, in de avond of dag. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 1b (2770))

[3] Het blijkt dat de verrichting van één rakʿa voor witr de voorkeur heeft voor ibn Hanbal. Desalniettemin vermeld hij dat het acceptabel is om drie of meer rakʿas te verrichten. (Al-Mughni, deel 2, pag. 111)

[4] Qoenoet is het opzeggen van een speciale smeekbede terwijl men in het witr gebed staat. Zie voor deze smeekbeden: (Al-Mughni, deel 2, pag. 112-113)

[5] Dit is ook het geval volgens de school van al-Shafiʿi en Malik. Abu Hanifah heeft de zienswijze dat het niet losgemaakt moet worden van de vorige rakʿas van het vrijwillige gebed middels het uitspreken van de tesliem. (Al-Mughni, deel 2, pag. 115-116) Volgens abu Yaʿla staat de witr los van de vorige rakʿas van de drie rakʿas die verricht zijn. Echter, wanneer er meer dan drie rakʿas verricht zijn, zoals vijf rakʿas of zeven of negen of elf, dan is het toegestaan om de witr samen te voegen met de vorige rakʿas en het uitspreken van één tesliem aan het einde van het gebed. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 2a-2b (2770))

[6] Ibn Qudamah vermeld dat de verrichting van twintig rakʿas voor ibn Hanbal de meeste voorkeur geniet. Abu Hanifah en al-Shafiʿi hebben dezelfde zienswijze. Het is ook in overeenstemming met één van de twee opinies van Malik. Volgens de andere opinie van Malik is het aanbevolen om zesendertig rakʿas te verrichten en dan drie rakʿas voor het witr gebed. (Al-Mughni, deel 2, pag. 123) (Bidayah, deel 1, pag. 210) Echter, volgens het gebruik van de Boodschapper van Allah صلى لله عليه و سلم, in overeenstemming met wat overgeleverd is in Sahih al-Bukhari en Sahih Muslim, bestaat deze nachtgebed uit elf rakʿas. Het is door Malik overgeleverd in de Muwatta dat ʿUmar bin al-Khattab adviseerde dat het gebed verricht wordt met elf rakʿas. Desalniettemin heeft Malik ook overgeleverd dat de mensen gewoon waren om in Ramadan 23 rakʿas voor het nachtgebed (tarawih) te verrichten, in de tijd van ʿUmar bin al-Khattab. (Al-Albani, Qiyam Ramadan, pag. 4 en pag. 15-16) (ʿArmush, Muwatta, pag. 85) Aldus hebben de geleerden verschilt in hun opinie met betrekking tot het aantal rakʿas dat aanbevolen is voor het nachtgebed van Ramadan, samen met het witr gebed. Sommige geleerden zeggen: 41 rakʿas, anderen zeggen: 39 of 29 of 23 of 19 of 13 of 11 enzovoort. (Ibn ʿUthaymin, Majalis, pag. 19) Abu Yaʿla vermeld op grond van een overlevering verhaald door ibn ʿAbbas dat het vrijwillige nachtgebed van de maand van Ramadan (tarawih) uit twintig rakʿas bestaat, maar wijst erop dat deze overlevering een zwakke overlevering is. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 3b (2770)

Bidden met onreinheid en…

juli 6, 2009

Hij zei: Als (het gebed verricht wordt terwijl) de kleding van de persoon vies is of de plaats voor het gebed vies is, dan moet het gebed herhaald worden. Evenzo, als het gebed op een begraafplaats verricht wordt of een latrine[1] <of in een badkamer> of een rustplaats van dieren vlakbij een waterput, dan moet het gebed herhaald worden.[2]

Als het gebed verricht wordt terwijl er enige onreinheid op het kledingstuk zit, ongeacht of de onreinheid een kleine hoeveelheid is, dan moet het gebed herhaald worden tenzij het een beetje bloed of pus is (in zo’n mate) dat het hart er niet van walgt. Wanneer de (exacte) plek van de onreinheid op een kledingstuk niet bekend is, moet het kledingstuk een wasbeurt ondergaan totdat het zeker is dat de onreinheid eruit gewassen is.

Alles wat uit man of dier komt waarvan het vlees verboden is te eten, urine en dergelijke, is onrein, tenzij het de urine is van een mannelijk kind[3] die nog niet in staat is voedsel te eten, in dit geval wordt (het gebied) met water besprenkeld. Sperma wordt als rein beschouwd;[4] maar volgens een andere overlevering[5] overgeleverd door abu ʿAbd-Allah – moge Allah tevreden met hem zijn – wordt het als bloed behandeld.

Een emmer met water is genoeg om de oppervlakte van de grond waar urine op gevallen is te verschonen.

Wanneer de Imam een gezamenlijk gebed leidt en vergeet dat hij in een staat van seksuele onreinheid verkeerd, dan herhaald alleen de Imam (het gebed).[6] Allah weet het beter.


[1] Latrine; toilet buitenshuis. (Van Dale groot woordenboek)

[2] Volgens één overlevering van ibn Hanbal is het niet toegestaan op deze plaatsen gebeden te verrichten. Een andere overlevering van ibn Hanbal duidt erop dat het acceptabel is het gebed op deze plaatsen te verrichten, zo lang ze schoon zijn. Deze laatste zienswijze is in overeenstemming met de school van Malik, abu Hanifah en al-Shafiʿi. (Al-Mughni, deel 2, pag. 51)

[3] Volgens wat overgeleverd is door ibn Hanbal van de Boodschapper van Allah صلى لله عليه و سلم: “wordt de urine van een mannelijk kind besprenkeld met water en de urine van een vrouwelijk kind moet gewassen worden”. (Al-Mughni, deel 2, pag. 68) (Al-Sijistani, Masaïl, pag. 21)

[4] Deze zienswijze is aanbevolen voor abu Yaʿla. Het is ook de zienswijze aangehangen door al-Shafiʿi, op grond van wat overgeleverd is door ibn ʿAbbas, die zei: “De Profeet صلى لله عليه و سلم werd gevraagd over wanneer sperma een stukje stof aanraakt, en hij zei:” “Het wordt behandeld als snot of speeksel en het mag schoon gemaakt worden met een stuk stof of met idhkhara.” Volgens ibn abi Yaʿla vermeld al-Khiraqi een andere overlevering die aanduidt dat sperma behandelt wordt als bloed (zie volgende voetnoot). Abu Bakr houdt aan dat sperma eruit gewassen moet worden als het nat is en gewreven als het droog is; anders moet het gebed nogmaals verricht worden. Deze laatste zienswijze is gebaseerd op wat overgeleverd is door ʿAishah – moge Allah tevreden met haar zijn – die zei: “De Boodschapper van Allah صلى لله عليه و سلم instrueerde mij de sperma op de stof eruit te wassen als het nat is en eruit te wrijven als het droog is.” Deze laatste zienswijze wordt ook aangehangen door abu Hanifah. Malik heeft de zienswijze dat het sperma in elk geval gewassen moet worden. (Tabaqat, deel 2, pag. 82)

[5] Overmatig veel bloed op een stuk stof van iemand, vereist dat men de woedoh herhaalt en het gebed wanneer het gebed in die conditie is uitgevoerd. Evenzo vereist overmatig veel sperma op een stuk stof van iemand, de herhaling van het gebed. Aldus wordt sperma als bloed behandeld. (Ibn Hanbal, Masa-il, verhaald door ibn Hani, deel 1, pag. 7, 58) (Ibn Hanbal, Masa-il, overgeleverd door ʿAbd-Allah, pag. 64-65)

[6] Deze zienswijze van al-Khiraqi wordt ook aangehangen door Malik en al-Shafiʿi. Abu Hanifah heeft een andere zienswijze en dat is dat de Imam en zijn volgelingen allemaal het gebed opnieuw moeten verrichten. (Al-Mughni, deel 2, pag. 73)

De twee nederwerpingen van vergeetachtigheid

juli 6, 2009

Hij zei: Wie de tesliem uitspreekt terwijl het gebed niet af is, moet het gebed afmaken, dan de tesliem uitspreken en dan de twee nederwerpingen van vergeetachtigheid verrichten, dan de teshehoed opzeggen, gevolgd met (nogmaals) tesliem. Dit is in overeenstemming met wat abu Hurayrah en ʿImran bin Husayn[1] verhaald hebben van de Profeet صلى لله عليه و سلم, die hetzelfde deed.[2]

Wie een gezamenlijk gebed leidt maar niet zeker is van hoeveel (rakʿas) er verricht zijn, moet zijn verstand op het probleem richten door zich op de sterkste overtuiging (van hoeveel er verricht zijn) te baseren en dan nogmaals neerwerpen na de tesliem[3] en dit in overeenstemming met wat ʿAbd-Allah bin Masʿud van de Profeet صلى لله عليه و سلم heeft overgeleverd.[4]

Met uitzondering van deze (twee) gevallen over (de nederwerping van) vergeetachtigheid, worden alle nederwerpingen voor de tesliem uitgevoerd. Wanneer bijvoorbeeld een persoon (die alleen bidt) niet zeker is van hoeveel (rakʿas) er verricht zijn, dan moet het gebed afgemaakt worden volgens het aantal rakʿas waar hij of zij zeker van is verricht te hebben[5] (vervolgens de twee nederwerpingen van vergeetachtigheid voor de tesliem). Ook wanneer een persoon staat terwijl hij hoort te zitten, of wanneer een persoon zit terwijl hij hoort te staan of wanneer hij hardop reciteert wanneer hij zacht hoort te reciteren of wanneer hij zacht reciteert wanneer hij hardop hoort te reciteren of wanneer hij vijf rakʿas (bidt) of meer of minder dan dat, uit vergeetachtigheid, dan is nederwerping voor (het uitspreken van) de tesliem verreist.

Wanneer een persoon vergeet dat er twee nederwerpingen van vergeetachtigheid verricht moeten worden en de tesliem uitspreekt, dan moet de persoon de takbir uitspreken en twee nederwerpingen van vergeetachtigheid verrichten, vervolgens de teshehoed en dan tesliem, terwijl deze persoon zich (nog steeds) in de moskee bevindt, ongeacht of dat de persoon iets gezegd heeft, omdat de Profeet صلى لله عليه و سلم zich neerwierp na (het uitspreken van) de tesliem en na gesproken te hebben.[6]

Wanneer een persoon vier nederwerpingen gedurende de verrichting van vier rakʿas (van een gebed) vergeet, maar zich dit herinnert terwijl hij in de (laatste) teshehoed is, dan moet de persoon één nederwerping die één rakʿa geldig maakt verrichten, vervolgens drie rakʿas herhalen en dan twee nederwerpingen van vergeetachtigheid verrichten; en dit is in overeenstemming met één[7] van de twee verhaalde overleveringen. Echter, volgens een andere overlevering[8] dat van abu ʿAbd-Allah – moge Allah hem genadig zijn – verhaald is, zei hij: “deze man moet het gebed opnieuw verrichten, want hij was aan het spelen”. De ma-moem is niet verreist de nederwerping van vergeetachtigheid te verrichten behalve wanneer de Imam het moet verrichten, in dit geval verricht de ma-moem het ook.

Wanneer een persoon opzettelijk of uit vergeetachtigheid praat dan is het gebed ongeldig, behalve specifiek voor de Imam waarvan het gebed niet ongeldig beschouwd wordt waarbij voor het verbeteren van het gebed gesproken wordt.[9] <Wanneer een persoon terwijl hij de teshehoed verricht zich herinnert dat een nederwerping is nagelaten bij het verrichten van een rakʿa, dan moet er één rakʿa samen met zijn twee nederwerpingen verricht worden en daarna twee nederwerpingen van vergeetachtigheid verrichten.> Allah weet het beter.


[1] ʿImran bin Husayn (s.52H / 672 n. Chr.) is een metgezel en staat ook bekend als abu Nujayd. Hij is van de Khuzaʿah stam en in Basra als gouverneur (qadi) aangesteld. (Tabaqat, pag. 106) (Ibn Hibban, Mashahir, pag. 66)

[2] Dit wil zeggen dat de Profeet صلى لله عليه و سلم in een gelijke situatie het gebed heeft afgemaakt en de twee nederwerpingen verrichtte, op dezelfde manier zoals hierboven beschreven staat. (Al-Mughni, deel 2, pag. 21)

[3] Volgens abu Bakr en abu Yaʿla naar wat de meerderheidsopinie is, maakt de Imam het gebed af op grond van zekerheid en vervolgens voor de tesliem zich nederwerpt; evenzo de persoon die alleen bidt. Deze laatste zienswijze is gebaseerd op wat van ibn Hanbal is overgeleverd via een keten van overleveraars van abu Saʿid al-Khudri en van de Boodschapper van Allah صلى لله عليه و سلم, die zei: “Een persoon die enige twijfel heeft in het gebed en niet zeker is van hoeveel rakʿas er verricht zijn, moet het gebed afmaken zich op zekerheid baserende en wanneer dan het gebed afgemaakt is moeten twee nederwerpingen uitgevoerd worden voordat de tesliem wordt uitgesproken. Als de rakʿas van het gebed een oneven hoeveelheid is, dan moeten ze even gemaakt worden en als ze even zijn dan hebben de twee nederwerpingen volstaan in het vernederen of verlagen van de duivel.” (Tabaqat, deel 2, pag. 82) (Al-Mughni, deel 2, pag. 13-14)

[4] (Al-Mughni, deel 2, pag. 14)

[5] Er moet opgemerkt worden dat al-Khiraqi onderscheid maakt tussen de Imam en het individuele gebed in een situatie waarbij het niet zeker is hoeveel rakʿas van het gebed er verricht zijn. In het geval van de Imam moet hij zijn verstand voor het probleem beraadslagen op grond van zijn sterkste overtuiging (benna ʿella akthar wahmi) en vervolgens de twee nederwerpingen na de tesliem verrichten. Maar in het geval van de individu die alleen bidt, die moet het gebed afmaken op grond van het aantal rakʿas waarover de persoon zeker is ze verricht te hebben (benna ʿella al-yaqin), vervolgens twee nederwerpingen van vergeetachtigheid voor de tesliem verrichten. Ibn Qudamah vermeld dat volgens een andere overlevering de individu die alleen bidt zijn verstand op het probleem mag richten op grond van zijn sterkste overtuiging; desondanks wijst hij erop dat de meest correcte opinie van de school datgene wat door al-Khiraqi wordt vermeld is. Hij voegt eraan toe dat wanneer de Imam het gebed afmaakt op grond van waar hij zeker over is verricht te hebben, dan moeten twee nederwerpingen voor de tesliem verricht worden zoals in het geval van een individu die alleen bidt; en als de individu die alleen bidt zijn verstand op het probleem richt volgens zijn eigen sterkste overtuiging, op grond van de andere overlevering, dan moeten twee nederwerpingen na de tesliem verricht worden. (Al-Mughni, deel 2, pag. 219)

[6] (Al-Mughni, deel 2, pag. 26-27)

[7] Als antwoord op een vraag over een persoon die in een rakʿa van een gebed vergeet zich neder te werpen, legt ibn Hanbal uit dat alleen die rakʿa opnieuw verricht mag worden, gevolgd door twee nederwerpingen van vergeetachtigheid op voorwaarde dat de persoon niet gesproken heeft nadat het gebed klaar was en sinds hij het zich herinnert heeft. (Ibn Hanbal, Masa-il, verhaald door ibn Haniʿ, deel 1, pag. 76-77) (Ibn Hanbal, Masa-il, verhaald door ʿAbd-Allah, pag. 85-86)

[8] Als antwoord op een andere vraag over een persoon die in een rakʿa van een gebed vergeet zich neder te werpen, legt ibn Hanbal uit dat een rakʿa slechts geldig is wanneer roekoeʿ en twee nederwerpingen verricht zijn. Het gebed moet in zo’n geval opnieuw verricht worden. (Ibn Hanbal, Masa-il, verhaald door ibn Hani, deel 1, pag. 78)

[9] Ibn abi Yaʿla legt uit dat dit zo is omdat het mogelijk is dat de Imam moet spreken wanneer een daad uit vergeetachtigheid (sahw) is nagelaten en alleen achter het correcte kon komen door te vragen. Er zijn ook twee andere overleveringen dan waar de zienswijze van al-Khiraqi op gebaseerd is,van ibn Hanbal overgeleverd, waarvan de meest authentieke erop duidt dat het gebed ongeldig is wanneer de Imam iets zegt en deze zienswijze is de meerderheidsopinie. Volgens de andere overlevering is het voor zowel de Imam als de ma-moem toegestaan te spreken ten behoeve van het gebed, zoals wanneer de Imam herinnert wordt als iets in het gebed vergeten wordt; en deze zienswijze wordt door Malik aangehangen. (Tabaqat, deel 2, pag. 82)

Wat het gebed ongeldig maakt wanneer iets met opzet of uit vergeetachtigheid wordt nagelaten

juli 6, 2009

Hij zei: Wanneer de takbirat al-ihram[1] of de recitatie van al-Hamd wordt nagelaten, ongeacht of dat het door een Imam gebeurd (in een gezamenlijk gebed) of een individu (die alleen bidt), of wanneer de roekoeʿ wordt nagelaten of het rechtop staan na de roekoeʿ, of wanneer de nederwerping wordt nagelaten, of het rechtop zitten na de nederwerping, of de laatste teshehoed of het uitspreken van de tesliem (aan het einde van het gebed), dan is het gebed ongeldig, ongeacht of dat het met opzet of uit vergeetachtigheid is nagelaten.

Wanneer met opzet één van de takbirs anders dan de takbirat al-ihram wordt nagelaten, of het uitspreken van tasbih[2] in de roekoeʿ of in de soedjoed, of de uitspraak “Allah hoort degene die Hem prijst”, of de uitspraak: “Onze Heer, alle lof en dank behoort toe aan U”, of: “Mijn Heer, vergeef mij. Mijn Heer, vergeef mij”,[3] of het uitspreken van de eerste teshehoed, of het aanroepen van de zegeningen (van Allah) over de Profeet صلى لله عليه و سلم in de laatste teshehoed, dan is het gebed ongeldig.[4] Echter, wanneer iets van het voorgenoemde uit vergeetachtigheid wordt nagelaten, dan zijn de twee nederwerpingen van vergeetachtigheid vereist. [Als de Imam het gezamenlijk gebed leidt, vergetende dat hij in een staat van seksuele onreinheid verkeerd, dan moet alleen de Imam zijn gebed herhalen.][5] Allah weet het beter.


[1] De takbirat al-ihram betekent letterlijk het uitspreken van de takbir in staat van rituele inwijding. Technisch verwijst het naar de openings-takbir dat aan het begin van het rituele gebed uitgesproken wordt. Het uitspreken van de takbir is een basiselement (roekn) van het gebed waarzonder het gebed niet als geldig beschouwd kan worden. (Al-Mughni wal sharh al-Kabir, deel 1, pag. 505)

[2] Tasbih betekent hier het uitspreken van de woorden: “Glorieus is mijn Heer de Grootste” in de roekoeʿ en de woorden: “Glorieus is mijn Heer de Meest Verhevene” in de soedjoed.

[3] De uitspraak “Mijn Heer, vergeef mij” wordt slechts één keer genoemd in de versie van ibn Qudamah van de Mukhtasar. (Al-Mughni, deel 2, pag. 5)

[4] Al-Khiraqi hangt de zienswijze aan dat de aanroeping van de zegeningen van Allah over de Profeet صلى لله عليه و سلم in de laatste teshehoed verplicht is behalve wanneer het uit vergeetachtigheid wordt nagelaten, waarbij dan twee nederwerpingen van vergeetachtigheid vereist zijn. Aldus wordt het gebed ongeldig beschouwd wanneer het met opzet wordt nagelaten. Ibn Hanbal heeft twee andere overleveringen. Waarvan de meest authentieke erop wijst dat de aanroeping van de zegeningen van Allah over de Profeet een basiselement (roekn) van het gebed is en nog steeds vereist is wanneer het uit vergeetachtigheid wordt nagelaten. Abu Yaʿla en abu Hafs al-ʿUkbari hebben deze zienswijze. Het is ook de zienswijze die door al-Shafiʿi aangehangen wordt. Volgens de andere overlevering is de aanroeping van de zegeningen van Allah over de Profeet صلى لله عليه و سلم soena. Deze laatste zienswijze wordt door abu Bakr aangehangen. Het is ook de zienswijze van abu Hanifah en Malik. (Tabaqat, deel 2, pag. 81-82) (Al-Mughni, deel 2, pag. 5)

[5] (Al-Shawish Mukhtasar, pag. 29)