Archief voor de '16. (Recht van) voorkoop'Categorie

(Recht van) voorkoop

juli 12, 2009

Hij zei: Voorkoop is alleen verschuldigd door de partner die (gezamenlijk bezit) deelt met iemand; maar indien de grenzen (van het gezamenlijk bezit) worden afgescheiden of de wegen en straten bepaald zijn, dan is er geen voorkoop. Degene die geen aanspraak maakt op voorkoop wanneer hij op de hoogte is van de verkoop heeft geen recht op voorkoop.[1]

Een persoon die afwezig was en bij zijn aankomst op de hoogte raakt van de verkoop, die heeft een recht op voorkoop, zelfs wanneer het een lange afwezigheid betreft. Een persoon heeft geen recht op voorkoop na op de hoogte te zijn geraakt van de verkoop terwijl men op reis is; die heeft voor zijn aanspraak op voorkoop geen getuigen. Indien men niet op de hoogte is van de verkoop totdat er een overeenkomst gemaakt wordt tussen drie of meer mensen, dan heeft de persoon het recht om aanspraak te maken op voorkoop van één van hen. Indien het van de eerste (koper van bezit) geëist wordt, dan herstelt de tweede koper zijn geld via de eerste koper en de derde herstelt het via de tweede. Het kind dat wettelijk volwassen wordt, heeft het recht om aanspraak te maken op voorkoop. Wanneer de koper een gebouw opricht dan betaald de voorkoper zijn kosten, tenzij de koper de voorkeur geeft aan het naar beneden halen, waar hij recht op heeft om dat te doen[2] met als gegeven dat er hierdoor geen kwaad wordt gedaan. Indien de aankoop (van het bezit) volbracht wordt door de betaling van goud of zilver, dan betaald de voorkoper ook in dezelfde munt terug. Indien de aankoop gemaakt wordt door het betalen van goederen, dan betaalt de voorkoper de waarde van de goederen. Wanneer er een onenigheid is tussen de koper en de voorkoper over de hoeveelheid geld (dat voor het gezamenlijk bezit betaald is), dan wordt het woord van de koper genomen [versterkt door een eed], tenzij de voorkoper bewijs levert.

Wanneer een huis gezamenlijk bezit wordt door drie mensen en één van hen de helft ervan bezit, een andere eenderde ervan bezit en een andere nog eenzesde bezit en waarvan één aandeel door één van hen verkocht is, dan worden de andere twee personen toegeschreven aan voorkoop naar gelang hun aandelen.[3] Indien één van de (overgebleven) twee personen het recht op voorkoop opgeeft, dan is de andere persoon verplicht om of voorkoop voor het geheel (aan aandelen van hun samenwerkingspartner) te accepteren of om het op te geven. De koper is verantwoordelijk voor de voorkoper en de verkoper is verantwoordelijk voor de koper.[4] Het recht van voorkoop kan niet geërfd worden tenzij de overledene hierom vroeg (voordat hij overleed).[5] Een partner (in een gezamenlijke bezit) die toestemming geeft voor een verkoop die gemaakt wordt, heeft (nog steeds) het recht om aanspraak te maken op voorkoop na de verkoop.[6] Voorkoop wordt niet gegeven aan een niet-Moslim over een Moslim.[7] Allah weet het beter.


[1] Dit is op een overlevering van ibn Hanbal gebaseerd. Het is ook de zienswijze van abu Hanifah en volgens één zienswijze van al-Shafiʿi. Volgens een andere overlevering van ibn Hanbal, kan een persoon op een later tijdstip om voorkoop vragen. Dit is de zienswijze van Malik en volgens een andere zienswijze van al-Shafiʿi, behalve dat Malik de vraag om voorkoop beperkt tot een maximum van één jaar. Al-Shafiʿi beperkt het tot drie dagen. (Al-Mughni, deel 5, pag. 241)

[2] Volgens Malik en al-Shafiʿi heeft de voorkoper drie keuzemogelijkheden wanneer de koper de voorkeur geeft aan het naar beneden halen van wat op het land is: 1.) De voorkoop opgeven. 2.) De waarde betalen van wat naar boven geplaatst is op het land. 3.) Vragen om het naar beneden halen van wat op het land is. Volgens de rationalisten mag de koper gedwongen worden om hetgeen naar boven geplaatst is op het land naar beneden te halen, zonder dat er compensatie aan hem betaald wordt. (Al-Mughni, deel 5, pag. 256)

[3] Dit is volgens één overlevering van ibn Hanbal. Het is ook de zienswijze van Malik en volgens één van de twee zienswijzen van al-Shafiʿi. Volgens een andere overlevering van ibn Hanbal wordt de toeschrijving aan voorkoop vastgesteld op grond van het aantal personen die betrokken zijn. Dit is ook de zienswijze van de rationalisten. (Al-Mughni, deel 5, pag. 269-270)

[4] Dit is ook de zienswijze van al-Shafiʿi. Volgens ibn abi Layla is de verkoper verantwoordelijk voor de voorkoper. Volgens abu Hanifah is de koper verantwoordelijk indien het recht van voorkoop geëist wordt van hem, echter de verkoper is verantwoordelijk voor de voorkoper indien het recht geëist wordt van de verkoper. (Al-Mughni, deel 5, pag. 277)

[5] De rationalisten hebben ook deze zienswijze. Malik en al-Shafiʿi hebben de zienswijze dat het recht van voorkoop geërfd mag worden, zelfs wanneer er niet om gevraagd is door de overledene voordat hij kwam te overlijden. (Al-Mughni, deel 5, pag. 279)

[6] Dit is ook de zienswijze van Malik, al-Shafiʿi en de rationalisten, wat waarschijnlijk op een overlevering van ibn Hanbal is gebaseerd. Een andere overlevering van ibn Hanbal toont aan dat het verzoek om voorkoop ongeldig is in dit geval. (Al-Mughni, deel 5, pag. 282)

[7] Sommige geleerden delen deze zienswijze ook. Volgens een andere zienswijze van Malik, al-Shafiʿi en de rationalisten; mag de niet-Moslim het recht van voorkoop gegeven worden. (Al-Mughni, deel 5, pag. 288)