Hij zei: Het is toegestaan om in een samenwerkingsverband te treden in lichamelijke arbeid, voor de verkrijging van gewin (sharikat al-Abdan).[1] Wanneer twee mensen een (handels-) vennootschap aangaan gebruikmakende van de rijkdom van één van hen,[2] of er twee mensen handelen gebruikmakend van de rijkdom van een andere persoon,[3] of een persoon een handel aan gaat met de rijkdom van een andere persoon, of wanneer de rijkdom van twee mensen gecombineerd gebruikt wordt met de werkinspanning van een vriend van één van hen,[4] of wanneer twee mensen in een samenwerkingsverband treden gebruikmakend van eigen rijkdom, ongeacht of ze beide dezelfde hoeveelheid inbrengen (aan kapitaal),[5] dat is allemaal geldig.
Winst wordt gedeeld tussen (handelspartners) volgens waar men overeen gekomen is en het verlies wordt door hen proportioneel gedragen naar gelang ieders aandeel van het kapitaal. Het is geen van de partners toegestaan om meer dirhams te hebben dan de anderen. Volgens één van de twee overleveringen moet de werkende partner betalen voor alles dat op krediet verkocht wordt zonder de toestemming (van de andere partner).[6] Volgens de andere overlevering,[7] is de werkende partner niet aansprakelijk voor enige betaling. Wanneer er voor één persoon gehandeld wordt, dan is het niet toegestaan om op hetzelfde moment te handelen voor een andere persoon, indien het nadelig voor de handel van de eerste persoon is.[8] Desalniettemin wanneer het gedaan wordt en er winst wordt gemaakt met het aandeel van de winst (uit de tweede handel) van de werkende partner, dan wordt het toegevoegd aan de gemaakte winst voor de eerste samenwerkingsverband. De werkende partner krijgt geen aandeel van de winst toegeschreven totdat het kapitaal volledig herstelt is. Wanneer twee producten gekocht worden door de werkende partner en er winst wordt gemaakt met één van hen, terwijl er verlies wordt geleden met de andere, dan wordt de gemaakte winst gebruikt ter compensatie van het verlies. Wanneer de werkende partner ontdekt dat hij meer in zijn bezit heeft (aan winst, dan wat hij mag hebben), dan kan geen deel ervan gebruikt worden zonder de toestemming van de slapende partner.
Wanneer het overeengekomen is tussen de slapende partner en de werkende partner om de winst tussen hen beide te verdelen en ook het verlies te dragen, dan is het acceptabel om de winst tussen hen te delen, maar het verlies wordt aan het kapitaal onttrokken.
Het is niet toegestaan om tegen een persoon (die al) schuld heeft uit staan te zeggen: ‘Handel met de rijkdom die je schuldig bent’. Echter indien een hoeveelheid aan rijkdom in bewaring gesteld wordt aan de persoon, dan is het toegestaan om te zeggen: ‘Handel [met een deel] ermee’.
[1] Sharikat al-Abdan is een samenwerkingsverband in lichamelijke arbeid voor de verkrijging van gewin. Het is een overeenkomst tussen twee of meer partners om in een handelssamenwerkingsverband te treden voor het gezamenlijke streven naar een handel of gelinieerde handel zonder kapitaal. (Al-Mughni, deel 5, pag. 4) Ibn Qudamah wijst erop dat ibn Hanbal het toe staat in een samenwerkingsverband te treden voor het gezamenlijke streven naar het vissen, laden en bezorgen. Dit is ook de zienswijze van Malik. Volgens abu Hanifah is het alleen acceptabel voor het gezamenlijke streven naar een handel. Al-Shafiʿi heeft de zienswijze dat zo’n samenwerkingsverband van gezamenlijke streven zonder kapitaal (sharikat al-Abdan) ongeldig is, ongeacht of het raakvlakken heeft met een gezamenlijke streven naar een handel of iets anders, omdat het een samenwerkingsverband betreft zonder de inmenging van kapitaal. (Al-Mughni, deel 5, pag. 4-5)
[2] Dit is een soort samenwerkingsverband dat bekend staat als Mudarabah (slapende samenwerkingsverband) wat op vertrouwen berust (amanah) en een volmacht (wakalah) en het enkel een samenwerkingsverband betreft zo lang het om de winst gaat. Zo lang het om het verlies gaat, dan draagt de slapende partner (rabb al-Mal) het. (Al-Mughni, deel 5, pag. 11)
[3] Deze samenwerkingsverband is de krediet coöperatie (sharikat al-Wujuh) zonder kapitaal. Het bestaat uit de bundeling van het krediet van de partners voor het op krediet kopen van goederen, ze te wederverkopen en het delen in de winst. (Al-Mughni, deel 5, pag. 11)
[4] Deze twee vormen van vennootschap vallen onder Mudarabah (slapende samenwerkingsverband). (Al-Mughni, deel 5, pag. 11)
[5] Dit is de naamloze vennootschap (sharikat al-ʿInan) wat neerkomt op een onderlinge procuratie (machtiging), aldus heeft iedere partner verantwoording af te leggen aan derde personen voor zijn eigen transacties en heeft het recht op beroep tegen de andere partner voor de hoeveelheid van zijn deelname. Deze vorm van vennootschap laat zich niet alleen in met het ingelegde kapitaal maar kan ook beperkt worden tot bepaalde soorten transacties. De aandelen van de partners mogen verschillend zijn en hun aandelen in de winst mogen ook verschillend zijn van hun aandelen in het kapitaal, wanneer door beide een ongelijke hoeveelheid aan werk verricht is. (Al-Mughni, deel 5, pag. 11-12)
[6] Dit is ook de zienswijze van Malik en al-Shafiʿi. (al-Mughni wa al-Sharh al-Kabir, deel 5, pag. 150)
[7] Dit is de zienswijze van abu Hanifah en hetgeen het meest gewenst is door ibn ʿAqil. (al-Mughni wa al-Sharh al-Kabir, deel 5, pag. 150)
[8] Ibn Qudamah vermeld dat de meeste juristen het toestaan. (Al-Mughni, deel 5, pag. 37)