Hij zei: Een acceptabele vredesovereenkomst is datgene waarover zowel de eiser van een recht als de verdediger zich schikken naar een deel van het recht waar de verdediger niet bewust van is.[1]
Wanneer de verdediger bewust is van wat verschuldigd is maar het negeert, dan is de schikking ongeldig.
Wanneer een recht erkent wordt en er vervolgens voor een deel ervan een schikking wordt getroffen, dan is dat geen vredesovereenkomst,[2] veeleer is dat het ontnemen van iemands recht.
Wanneer twee mensen elkaar sommeren vanwege een muur die gebogen is tegen hun gebouwen, dan moeten beide een eed afleggen (wanneer door geen van beide een bewijs geleverd wordt) en wordt de muur tussen hen beide verdeeld. Hetzelfde is het geval wanneer de (onenigheid over een) muur (gaat die) niet gebogen is tegen hun gebouwen. Wanneer het gebogen is tegen één van hen, dan is het van hem, na het afleggen van een eed.[3] Allah weet het beter.
[1] Het maken van een vredesovereenkomst ondanks dat de oorspronkelijke verplichting niet erkent wordt door de schuldenaar wordt als geldig beschouwd. Dit is de zienswijze van abu Hanifah en Malik. Volgens al-Shafiʿi is het ongeldig. (Al-Mughni, deel 4, pag. 357)
[2] Dit toont aan dat al-Khiraqi het enkel als een vredesovereenkomst beschouwt wanneer de oorspronkelijke verplichting niet erkent wordt, maar niet wanneer het erkent is.
[3] Dit is ook de zienswijze van abu Hanifah en al-Shafiʿi. Volgens een andere zienswijze van abu Thawr (s.240NH / 854 n. Chr.) wordt er geen aandacht besteed aan de klacht van die persoon. (Al-Mughni, deel 4, pag. 380)