De Imama

juli 7, 2009

Hij zei: De beste in het reciteren van de Koran van de bijeenkomst die leidt het gebed. Als de volgelingen net zo perfect zijn in het reciteren van de Koran als de Imam, dan moet degene van hen die het meest geleerd is in fiqh[1] het gebed leiden. Als de volgelingen net zo perfect zijn als de Imam voor wat fiqh betreft, dan leidt de oudste van hen. [Als zij allemaal even oud zijn, dan leidt de meest edele van hen. Als zij allemaal even edel zijn, dan leidt de vroegste van hen in termen van de hidjra het gebed.]

Wie achter een persoon bidt die bidʿa[2] verdedigd of een persoon die bekend staat om dronkschap, moet het gebed herhalen.

Het is voor de slaaf of de blinde toegestaan het gebed te leiden. Als een analfabeet zowel een analfabeet als een geletterde in het gebed leidt, dan moet alleen de geletterde het gebed herhalen.

Als een persoon achter een polytheïst bidt, of een man achter een vrouw of achter een hermafrodiet of een onbepaald geslacht, dan moet het gebed herhaald worden.

Een vrouw die vrouwen in het gebed leidt, staat met hen in het midden van de rij.

De baas van een huis heeft meer recht om het gebed te leiden (in zijn huis) tenzij er iemand zich in het gezelschap bevindt die een autoriteit heeft.

Zij die wat verder weg staan van de moskee of buiten de moskee, mogen de Imam in het gebed volgen zo lang de rijen in contact blijven (met elkaar), maar de Imam moet niet op een verhoging staan dat hoger is dan die van de ma-moem.[3]

Wie alleen achter de (gebruikelijke) rij bidt, of aan de linkerkant van de Imam staat op dezelfde rij, herhaald het gebed.[4]

Wanneer de Imam van de gemeenschap het gebed leidt vanuit de zithouding, dan moeten zij die achter hem zijn ook in de zithouding bidden. Wanneer de Imam die het gebed leidt in de staande positie begint, maar achteraf verzwakt en daarom gaat zitten, dan maken de volgelingen achter hem hun gebeden in de staande positie af.

Wanneer de Imam in de roekoeʿ positie gevonden wordt en opgevolgd wordt door een persoon die in de roekoeʿ achter de (gebruikelijke) rij aansluit en vervolgens naar voren loopt om zich bij de (gebruikelijke) rij aan te sluiten en niet bewust is van wat de Profeet صلى لله عليه و سلم tegen abu Bakrah[5] zei; “Moge Allah jouw streven vermeerderen, maar doe het nooit meer.”, wat er dan tegen deze persoon gezegd moet worden is: “Doe het nooit meer.” Maar zijn gebed is nog geldig. Echter, wanneer na zo’n waarschuwing de persoon dit herhaald, dan is dit gebed niet langer geldig. Ahmad – moge Allah hem genadig zijn – vermeld dit in de overlevering van abu Talib.[6]

De soetra van de Imam wordt ook als een soetra beschouwd voor hen die van achter volgen. Wie voor de aanbidder langs loopt, moet tegengehouden worden. Alleen een pikzwarte hond maakt het gebed van een persoon ongeldig.[7] Allah weet het beter.


[1] Merk op dat al-Shafiʿi de voorkeur geeft aan een persoon die gegrond is in de wet (een faqih) boven degene die gegrond is in de recitatie van de Koran (een qari) in termen van wie het gebed leidt. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 3b (2770)) Ibn Qudamah geeft in zijn commentaar een andere en gedetailleerdere weergave van de beste persoon die het gebed kan leiden, beginnend met <de beste in de recitatie van de Koran, dan de meest geleerde in de fiqh, dan de vroegste in termen van de hidjra, dan de oudste van hen, dan de meest edele van hen, dan de meest vrome van hen en als zij gelijk zijn met betrekking tot al het bovenstaande, dan worden er loten getrokken om te bepalen wie het gebed leidt.> (Al-Mughni, deel 2, pag. 135-136)

[2] Al-Shafiʿi en abu Hanifah hangen de zienswijze aan dat het toegestaan is om achter een persoon te bidden die bidʿa verdedigd, zo lang de persoon geen ongeloof (koefr) heeft gepraktiseerd of uitgesproken. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 4b (2770))

[3] Het is voor de Imam verwerpelijk om een niveau hoger te staan dan de ma-moem, volgens de meest bekende opinie (mashur) van de school. Blijkbaar is dit de zienswijze van al-Khiraqi. Het is ook de zienswijze die door Malik en de rationalisten (ashab al-ra-y) aangehangen wordt. Er is echter een andere overlevering van ibn Hanbal die erop duidt dat dit niet verwerpelijk is. Al-Shafiʿi heeft de voorkeur dat de Imam die anderen onderwijst op een verhoogd object staat om de mensen achter hem in staat te stellen hem te kunnen zien en te volgen. (Al-Mughni, deel 2, pag. 154) (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 7b (2770)) Wanneer de afstand tussen de Imam en de ma-moem driehonderd dhiraʿ (lengtemaat weergegeven in el, meervoud: ellen) of minder is, dan is het volgens al-Shafiʿi toegestaan voor de ma-moem om de Imam in het gebed te volgen, zelfs als de rijen niet in contact staan met elkaar. (Abu Yaʿla, Sharh, pag. 7a (2770)) (Van Dale groot woordenboek)

[4] In beide gevallen hangen Malik, al-Shafiʿi en de rationalisten de zienswijze aan dat het gebed acceptabel is. (Al-Mughni, deel 2, pag. 155-156)

[5] Zijn naam is Nufay bin Masruh, hij was één van de slaven uit Ta-if die moslim werd in de expeditie tegen Ta-if en in vrijheid werd gesteld door de Profeet صلى لله عليه و سلم. Hij was de halfbroer van de gouverneur van Irak; Ziyad bin Abihi bin abi Sufyan. Hij leefde in Basra en overleed in het jaar 54H / 674 n. Chr.. (Ibn Hibban, Mashahir, pag. 66-67) (Ibn Qutaybah, Maʿarif, pag. 125-126) Het is niet helemaal zeker wanneer hij overleed, volgens een andere bron overleed hij in het jaar 50 NH. (Ibn Hanbal, Masa-il, overgeleverd door ibn Hani)

[6] Hij was abu Talib al-Miskani, één van de doorgevers van de fiqh van ibn Hanbal. (Tabaqat, deel 1, pag. 7)

[7] Dit is de meest bekende opinie van ibn Hanbal. Volgens een andere overlevering van ibn Hanbal kan een zwarte hond of een vrouw of een ezel het gebed ongeldig maken als zij voor de aanbidder langs lopen. Malik, al-Shafiʿi en de rationalisten hangen de zienswijze aan dat niets van zulks het gebed ongeldig maakt. (Al-Mughni, deel 2, pag. 183-184)

Tags: , , , , , , , , , ,

Reageer